De oud-spelers die in 1958, 1959 en 1960 G.V.V.V. het kampioenschap bezorgden. Staand van links naar rechts: Jan Ditewig, Gerard Hoedeman, Elzo Scholts, Anton Leppers, Arris van de Haar, Wessel van Dolderen, Jan van de Bovenkamp, Jacob van de Pavert en Hennie van Essen
Zittend van links naar rechts: Wim Budding, Cees Bruijs, Leen Hardeman, Bep van Essen, Wim van Dijk, Kees Heikamp (trainer) en Gerard van de Bovenkamp. Anton Diepeveen, die ook deel uitmaakte van deze ploeg, is overleden. (Foto: Joop Maassen) 'Alles hing aan elkaar en iedereen was gelijk' Bijna alle oud-spelers bij gouden G.V.V.V. Door JAN BOER
VEENENDAAL - Toen G.V.V.V. in mei kampioen werd in de hoofdklasse B van de zaterdagamateurs was dat met vijftig punten en vijftig doelpunten voor. Een goed voorteken in het jaar dat de Gelders Veenendaalse Voetbal Vereniging vijftig jaar bestaat. Het gaat goed met de blauw-witten. Veel oud-spelers kwamen vrijdagavond naar de kantine op sportpark Het Panhuis om daar met elkaar nog eens na te praten en te borrelen over hoe het vroeger was daar aan de Buurtlaan. Het waren spelers die tussen 1947 en 1972 actief zijn geweest voor de Veenendaalse vereniging. Het bestuur van G.V.V.V. had voor deze gelegenheid - niet geheel zonder trots - de verlichting van het hoofdveld ontstoken, zodat de gasten goed konden zien hoe het met hun club verder gegaan was. In de loop van de avond presenteerde de jubileumcommissie het jubileumboek van G.V.V.V. aan het bestuur. De club heeft veel moeite gedaan om de vroegere spelers te benaderen voor deze reünie. Paul van de Lustgraaf van G.V.V.V.: “0p alle mogelijke manieren zijn we er achteraan gegaan en hebben we 150 mensen uitgenodigd. Ze zijn er bijna allemaal.”
In de eerste jaren van G.V.V.V. ging het al direct al goed. De club werd een paar keer op rij kampioen. Trainers, verzorgers en spelers uit die periode waren er allemaal. G.V.V.V. begon indertijd met een veld en een keet. Van de Lustgraaf kijkt terug: “Vroeger had je veel meer een gevoel van saamhorigheid. Dat is nu niet meer zo. De betrokkenheid is een stuk minder geworden maar dat is een maatschappelijk gegeven, denk ik. G.V.V.V. is een bloeiende vereniging die een prima tijd tegemoet gaat.”
Regenbui
Binnenkort wordt begonnen aan de overdekte staantribune aan het hoofdveld. Van de Lustgraaf: “We willen het publiek meer bieden dan een regenbui. Ondanks het feit dat de belangstelling overal wat minder wordt, staan er bij ons toch altijd zo'n negenhonderd man langs de kant. Ik denk dat het maximale voor G.V.V.V. is wat we nu doen: goed meedraaien in de hoofdklasse op basis van een sterke structuur waarbij we willen doorgroeien naar een kaderpositie en waarbij we nogal wat jeugd afleveren aan clubs als Vitesse. Betaald voetbal nemen we hier zeker niet in de mond. Dat is een kwestie van geld. Er is echter niets op tegen om wat minder klassen in het amateurvoetbal te maken. Het gaat ons erom om een gezonde zaterdagclub te blijven.”
Ook binnen gaat G.V.V.V. verder. Er komt een renovatie van de keuken vanwege aangescherpte milieu-eisen. Voor G.V.V.V.-voorzitter Jelis Leppers zijn er verschillende hoogtepunten te noemen: “Natuurlijk het kampioenschap in mei en toen we hier 25 jaar geleden een eigen home gingen bouwen. We zaten met Unitas en DOVO samen op een complex en hadden daar niks voor onszelf.” Het karakteristieke van de Veenendaalse hoofdklasser vindt Leppers : “Het gewone. We doen hier eigenlijk heel normaal en we hebben een groot aantal leden dat graag de handen uit de mouwen steekt om iets voor G.V.V.V. te doen. G.V.V.V. is prestatief ingesteld en we willen graag een gezonde amateurclub blijven.” Wim van Dijk kwam indertijd vanuit Ederveen in Veenendaal wonen. In 1954 stapte hij - voor hij het zelf goed en wel besefte - in het bestuur. Van Dijk: “Ik woonde in de G.V.V.V.-buurt en ik gaf me op als lid. Binnen een paar dagen zat ik er al in.” Voor Van Dijk is G.V.V.V. nog altijd die arbeidersvereniging die het toen al was. “Waar DOVO de deftige club was, daar waren de G.V.V.V.-ers de gewone mensen die ervoor wilden vechten. Dat heb ik altijd prachtig gevonden. Als arbeidersvereniging hing alles aan elkaar en was alles en iedereen hier gelijk. G.V.V.V. is voor mij nog steeds die arbeidersclub uit de Buurtlaan. In de Buurtlaan kende iedereen iedereen. Dat is nu een stuk minder. Vroeger was het een arbeidersclub, nu is het een heel goede zaak geworden.”