Bron: De Gelderlander (door Lex Lammers) 24 juni 2008
Waar Europa zich fixeert op het EK, geldt voor Arie Schans de WK- kwalificatie met Namibië. De Veenendaalse bondscoach kijkt zijn ogen uit. ‘Een rit met de achtbaan is slaapverwekkend in vergelijking met een bustrip naar het stadion.’
|
|
Arie Schans geniet in Afrika. Hij beleeft er als bondscoach van Namibië tal van avonturen. foto: Henk van Holland |
Hij heeft toch al wat dwaze belevenissen achter de rug, maar ‘Arie in Afrika’ leest werkelijk als een avonturenroman. De Veenendaler heeft natuurlijk gevoel voor dramatiek. Gevoel voor humor ook. En een beetje voetbalcoach weet zich te presenteren.
Maar Schans kijkt tegenwoordig wel erg vaak vol verbazing in het rond. Het leven is als een rit in een achtbaan, stelt hij vast.
Arie Schans is nu alweer een half jaar bondscoach van Namibië. Het land van zandduinen, wildparken en illustere steden alsWindhoek, Swakopmund en Keetmanshoop geldt internationaal niet bepaald als hoogvlieger, maar in het Afrikaanse voetbal is nu eenmaal alles mogelijk en dus mikt de coach met zijn elftal op een ticket voor hetWK van 2010 in Zuid-Afrika.
Juist die reeks voert hem naar onvergetelijke avonturen.
Zoals in Zimbabwe. „We begonnen de kwalificatiereeks met een goede zege (2-1) op Kenia”, verhaalt Schans, voor de gelegenheid neergestreken in Conakry, de hoofdstad van Guinee. „In Zimbabwe was het daarna een gekkenhuis. Daar word je in sneltreinvaart arm. Ik moest drie miljoen Zimdollars neertellen voor een sinaasappel. Was ik met het wisselen van vijftig euro wel even biljonair, maar door de devaluatie van die Zimbabwaanse munt ging het toch razendsnel op.”
„We verloren met 2-0, maar het was echt een belevenis. Een uur voor aanvang zat het stadion al volledig vol (23.000 toeschouwers, red.) en na afloop konden we onmogelijk met de bus weg. Werden we gewoon door supporters tegengehouden. Die chauffeur moest dubbel klutsen om de bus in beweging te krijgen. En ook dat was weer een ervaring. Zat ik voor het schakelen nog voor in de bus, vervolgens vond ik me ergens achterin terug. Dat schakelen was goed voor een whiplash.”
De nederlaag is zuur, temeer ook het derde duel, thuis tegen Guinee, verloren gaat (1-2). Namibië duikelt daarmee naar de laatste plaats in groep 2. „Ik merk dat de verschillen tussen alle landenteams niet groot zijn”, stelt Schans. „ Meestal geeft een speler die in Europa in een topcompetitie speelt de doorslag. Kenia heeft een spits van Auxerre (Dennis Oliech, red.), Zimbabwe komt met Benjani Mwaruwari van Manchester City op de proppen en Guinee heeft een zwik spelers uit de Franse competitie. Wij hebben dan Collin Benjamin, die bij HSV speelt.
En dan kunnen we uitgerekend hem gedurende de hele kwalificatie niet gebruiken, omdat hij met een teenblessure uit Duitsland is teruggekeerd. Balen, want mét hem zijn we echt significant beter.”
Schans spreekt vanuit het hotel in Conakry. Hij heeft een riant uitzicht op de Atlantische Oceaan.
„Ik kan er vanuit mijn kamer zo induiken”, lacht de Veenendaalse wereldreiziger. „Toplocatie. Maar de rest is wel wat minder. De contactdozen hangen los aan de muur en de afvoer van het bad en de wastafel doen het soms even niet. Welkom in Afrika. Het hoort er allemaal bij.” Het hotel is een oase van rust, Conakry een chaos. De politie staakt dit weekeinde, Schans heeft nog geen stoplicht gezien. „ Een ritje met de achtbaan op de kermis is slaapverwekkend in vergelijking tot een busrit hier van het hotel naar het stadion”, lacht hij weer.
Eenmaal in de arena is er geen chaos, maar authentieke voetbalkoorts. De sport leeft enorm in Afrika. Jochies jagen in verschoten voetbalshirts met illustere namen als Zidane of Kluivert op een stoffig veld hun droom na. Het zijn allemaal nepshirts. Er is doorgaans niet eens een poging gedaan het echte tricot na te bootsen. Strepen of merknamen ontbreken, kleuren verbleken. En gaten worden steeds groter.
„ Geeft allemaal niks”, weet voetbalambassadeur Schans. „Voetbal is voor menig Afrikaan de kans om de armoede te ontvluchten.
Overal rennen ze achter een bal aan. Op het strand, in de straten en op de vuilnisbelt. Als je op dit continent bent, begrijp je waarom er zoveel Afrikaanse voetballers op het hoogste niveau doorbreken.
Het gaat om overleven. Om vechtlust. Dat is een voorwaarde om in het profvoetbal te slagen.”
Ook in Conakry zit het stadion vol. Er mogen er zondagavond dertigduizend in. Wellicht sluipen er meer naar binnen. Namibië verliest in de vrolijke ambiance opnieuw. Kansloos zelfs. Het wordt 4- 0. Ismael Bangoura ( Dinamo Kiev) is de held van Guinee met drie treffers. De openingsgoal is van Pascal Feindouno (Saint-Etienne). Schans baalt op de bank. En na een kwellende nacht in de feestvierende hoofdstad van het West-Afrikaanse land wacht hem een nieuw avontuur. Terug naar Namibië.
„Er is geen directe terugvlucht naarWindhoek”, zucht hij. „We gaan eerst naar Senegal. En dan naar Johannesburg. Daar stappen we weer over naar Namibië. Ja, dit is niet Europa, hè. Maar die reizen vind ik soms wel wat gortig. Het is een enorme aanslag op de conditie van de spelers en daar zit ik toch ook niet op te wachten.”
Maar of de stemming er bij het voetbaldier nu echt onder lijdt?
Dat lijkt sterk. Schans krijgt alweer pretoogjes. „ Op de heenweg werden we in Johannesburg in twee busjes vervoerd. Er was twee keer plaats voor tien personen en we waren met 24 man en een hele lading bagage. Werd dus alles in die busjes gepropt, ging de muziek keihard aan en was iedereen in opperbeste stemming. ‘Dat is Afrika’, lachte de teammanager. Ja, dan laat ik het ook maar over me heen komen. Het leven ís hier af en toe nu eenmaal als een achtbaan.”
Soms is zelfs Arie Schans de verbazing voorbij.