Afgelopen zaterdagmiddag stond ik met mijn twee
boezemvrienden naar ons cluppie G.V.V.V. te kijken. We kiezen altijd voor de
aanvallende zijde. Als G.V.V.V. richting kantine speelt is dat de statribune,
ter hoogte van het zestienmetergebied. Je moet tenslotte de scheidsrechter wel
eens verbaal overtuigen dat het toch echt binnen de beruchte lijnen gebeurde.
Roepen om een penalty als je er 60 meter vanaf staat is een beetje onbenullig,
vandaar. Als we richting, zeg maar, de Ellekoot spelen dan kiezen we sinds
vorig seizoen een plekje schuin achter de goal uit. Zo ook zaterdag. Eén van
mijn vrienden had mij vooraf gefeliciteerd met mijn verjaardag, de andere was
het vergeten. Diepe schaamte overviel hem na de wedstrijd toen hij er achter
kwam. Dit was trouwens nadat ik tijdens het napraten voorstelde om dit in de
kantine te doen onder het genot van een drankje welke voor mijn rekening zou
zijn ivm mijn verjaardag.
De wedstrijd was een minuut of tien bezig en G.V.V.V. was
bezig gehakt te maken van tegenstander Kozakken Boys. Alleen de doelpunten
vielen nog niet, maar het spel was bij vlagen oogstrelend. Tot minuut tien.
Joey Snijders werd gevloerd en de twee specialisten die G.V.V.V. rijk is gingen
achter de bal staan. Dennis van Meegdenburg heeft er dit seizoen al een gemaakt
en hij beschikt over een zuivere en snoeiharde trap. Danny van Brenk schiet
wellicht nog iets zuiverder, maar minder hard dan Dennis.
"Dit is typisch een afstand voor Danny" opteert
een van de vrienden. De bal ligt op een metertje of twee buiten 'the box'.
"Inderdaad" zeg ik, "als hij op meer dan, pak hem beet, 22 meter
ligt dan is Dennis de man". De scheidsrechter sommeert het muurtje op
afstand te gaan staan. "Kijk nou, Danny legt hem nog iets verder naar
binnen", vervolgt de vriend. Achter de rug van de leidsman om zoekt Van
Brenk de ideale plek. Hij hoeft zich niet meer druk te maken om een polletje op
het kunstmatige groen van sportpark Panhuis. Als de scheidsrechter fluit krult
Danny de bal met een akelige precisie om de muur heen, richting linkerkruising
(voor de keeper rechts). Ruud de Groot, zo heet de keeper en lijdend voorwerp
van deze column, reageert alleen met zijn hoofd. Een kleine nekbeweging naar
rechts en hij ziet het projectiel inslaan. Het zou trouwens ook belachelijk geweest
zijn van De Groot om te duiken, want hij was volstrekt kansloos geweest. Zelfs
de beste keeper ter wereld, wie dat op dit moment ook is, zou geen kans hebben
gemaakt.
De eerste 45 minuten rolt G.V.V.V. de ene na de andere
aanval af op het doel van de Werkendammers. Tussen de aanvallen door hebben we
het nog even over vrije trappen. Ook de freekick van Urby Emanuelson tegen
Dordrecht komt ter sprake. Deze was ook akelig precies, alleen minder hard en
van een grotere afstand dan die van Danny van Brenk. En dus wel houdbaar. De
muur stond op de zestienmeterlijn en Urby, ik mag Urby zeggen, had geen enkele
moeite de bal over de muur heen te liften. Conclusie: zinloze muur voor de
keeper. Sterker nog, zijn eigen muur zorgde ervoor dat hij geen penaltyserie mocht
keepen. Als hij geen muur neer had gezet, dan had hij de bal wel aan zien komen
en kon hij op zijn dooie akkertje naar de hoek lopen om de bal uit de lucht te
plukken. Onzin natuurlijk, maar het had Ajax tot een andere, en een wellicht
minder succesvolle, variant gedwongen. Er zijn namelijk maar weinig voetballers
die vanaf vijfentwintig meter een bal op doel rossen en dan van dusdanig niveau
dat een gemiddelde keeper de bal niet kan keren. Maar wat is het geval. Er is
ooit iemand geweest die bedacht dat het handig zou zijn een aantal verdedigers
neer te zetten om de bal te 'blokken'. Zit natuurlijk wel wat in, zeker als
iemand van dichtbij de bal kan gaan poeieren, maar als de afstand meer dan 25
meter is, zeg ik: Geen muurtje.
Maar ja, wij zijn kuddedieren. Iedere keeper zet een muur
neer, de keeperstrainer zegt dat het zo moet. Maar geen keeper die de muur
achterwege laat. Vreemd. De hele week zijn er spelers over de hele wereld bezig
met de volgende wedstrijd. Ze bedenken allerlei nieuwe varianten op corners,
vrije trappen en penalties. Gelukkig maar, anders hadden we nooit van Otto
Versfeld gehoord. Voor de jeugdigen onder ons:
klik hier
Pierre van Hooijdonk, destijds de Danny van Brenk van
Feyenoord, werd ook eens geconfronteerd met het feit dat het muurtje alleen
maar in zijn voordeel was en dat de keepers dit bouwwerk maar moesten weglaten.
Dan zet ik er zelf een neer, was het vrijvertaalde antwoord van PiAir. Ook dit
is volgens mij op te lossen. Gewoon laten staan en zorgen dat de hele muur
off-side staat. Wat ik er eigenlijk mee wil zeggen. Keepers, probeer het eens,
nu ben je ook kansloos, dus wat heb je te verliezen.
De tweede helft van de wedstrijd G.V.V.V. - Kozakken Boys
werd, doordat de Veenendalers genade hadden met de Werkendammers, aan het einde
nog even spannend.
Totdat rechtsback Roy Versluis op mocht stomen. Met driftige
passjes dribbelde Roy richting de eerder genoemde Ruud de Groot. Tot de
zestienmeter werd hem geen strobreed in de weggelegd. Dennis van Meegdenburg
was meegelopen en koos een gunstige positie. De enige verdediger die Roy en
Dennis bij kon benen twijfelde tussen ingrijpen en bij Van Meegdenburg blijven.
De keeper echter rekende op afleggen op de oude meester en koos al min of meer
positie.
"Schiet maar zelf" zei een van mijn vrienden naast
me. Roy moet het gehoord hebben en verraste de goalie in de korte hoek.
Was voetbal altijd maar zo leuk.
Ard van den Bovenkamp