Bron: De Gelderlander (door Lex Lammers) 14 april 2010
Hij was al niet mijn favoriete acteur. Als Arnie vond ik hem bijzonder slecht. Vreemde kakstem, bekakte haarstijl en een overdreven, gemaakte lach. Nep, niets meer en niets minder.
Maar hij werd groot bij Goede Tijden, Slechte Tijden en maakte op bewonderenswaardige wijze carrière. Werd Reinout Oerlemans eerst presentator en later zelfs televisieproducer.
Hij vergaarde er een fortuin mee. Miljoenen.
Bijzonder knap.
Maar hoe kwam Oerlemans op het idee om straks op zaterdag en zondag een uur televisie te gaan maken over de topklasse? Hoe kwam dat in zijn ogenschijnlijk toch pientere brein terecht?
Op die vraag bijt ik me al enkele weken stuk. En ik ben er nog steeds niet uit.
Voetbalbeelden zijn commercieel interessant. Dat snappen we allemaal. Maar als je beelden bekijkt van het lagere echelon van de eredivisie haak je langzaam al af, bij de eerste divisie krijg je gaapneigingen en dan trekt straks ineens ook nog het derde niveau van Nederland voorbij. Let wel; het dérde niveau van Nederland. Hoe commercieel interessant moet dat dan zijn? Welke grootgrutter gaat geld over de balk smijten om zijn naam te verbinden aan het c-niveau van dit land? Wie is daar nu werkelijk in geïnteresseerd?
Met de topklasse spoelt de ether straks verder over met voetbal.
Het is nu al te veel, het wordt straks alleen nog maar meer. En de topklasse is daarin met afstand het slechtste niveau. Zeg nu zelf: raast u zaterdag naar uw televisie om tussen zes en zeven uur G.V.V.V. aan het werk te zien tegen pakweg ARC? En uw buurman?
Een paar duizend fanatiekelingen kijken straks naar die uitzendingen. Zij zien voortdurend echt héél matig voetbal. Zeker in vergelijking met achtereenvolgens al die uren vol van Champions League, Europa League en eredivisie.
Dus of die Oerlemans is briljant, of hij slaat de plank helemaal mis. En ik gok toch echt het laatste.