| Door Webredactie - G.V.V.V. Informatie |
Gepost 08/2/2010 | G.V.V.V. in de media
| |
|
|
De verzamelbak van Veenendaals voetbaltalent
Bron: De Gelderlander (door Lex Lammers) 2 augustus 2010
DE VOORBEREIDING Voor Jeffrey Terschegget heeft sidderen voor de handhaving met De Merino’s ook zijn charme.
Jeffrey Terschegget is het boegbeeld van De Merino’s. De defensieleider staat voor realisme, fanatisme en een grote overlevingsdrang. Dat past helemaal in de cultuur van de Veenendaalse club.
Het is een mooie grap. De geschiedschrijving van De Merino’s is het beste te maken op carbonpapier. Neem een willekeurig seizoen, verander vervolgens het jaartal en je bent klaar. De rest is een herhaling van zetten. De Veenendaalse club begint steevast vol goede moed aan een voetbalcompetitie, gaandeweg komt evenwel de bodem in zicht en uiteindelijk wacht na een bloedstollende nacompetitie een groots feest. Na sidderen komt zwabberen op De Groene Velden. Jeffrey Terschegget (27) kan er wel om lachen. Jawel, De Merino’s wekt al jaren de spanning op. Hij heeft er zijn lijfspreuk op gebaseerd. „Sidderen voor handhaving is ook leuk. Dan beleef je een overwinning ook veel intenser”, zegt hij monter. „Onderin voetballen heeft wel degelijk charme. Wij halen het inschrijfgeld bij de KNVB er nu al jaren dik uit.” Hij lacht. Maar zijn relaas is heus geen ongebreideld optimisme. Of naïviteit. Terschegget koppelt realisme aan filosofie. Als je de strijd om handhaving kermend tegemoet treedt, doet- ie op voorhand al pijn. Nu weet iedereen binnen de selectie wat er op het spel staat. Nu beseft iedereen dat eenheid, strijd en teamgeest de toverwoorden zijn. Voor individualisme is bij de eersteklasser helemaal geen plaats.
|
|
Jeffrey Terschegget op de training van De Merino’s. De Veenendalers zijn aan het nieuwe seizoen in de eerste klasse A begonnen. Foto: Herman Stöver | „Wij staan al jaren als collectief op het veld”, stelt Terschegget. „ Er heerst een grote verbondenheid in de selectie. Wij weten allemaal heel goed waar het om draait. Met mooi voetbal winnen is prachtig. En we streven dat ook na. Maar voor ons staan allereerst andere zaken op het programma. Eerst maar eens overleven, is het devies. Misschien dat er dan ook echt ruimte is voor heel mooi voetbal.” Maar dat alles wil dus niet meteen zeggen dat De Merino’s ook model staat voor beeldvervuiling. Voor spelverruwing, catenaccio of afbraakvoetbal. De Veenendaalse spelergroep kent doodeenvoudig zijn beperkingen. „We proberen echt wel fraai voetbal te laten zien”, verduidelijkt Terschegget. „Op basis van onze kwaliteiten. Op basis van werklust. Je móet ook wel realistisch zijn. Voor resultaat kun je gewoon niet altijd schitterend voetballen.” Dat gedachtegoed maakt Terschegget tot spreekbuis en aanvoerder van De Merino’s. Hij gaat zijn zevende jaar in bij de club en hij staat model voor de spelersgroep. Deze centrale verdediger offert zich op voor het team. Hij voetbalt eenvoudig. Breekt af waar nodig, bouwt rustig op. Hij heeft een oog voor de situatie, staat vaak goed geposteerd. Geen franje, maar degelijkheid is het credo. En trainer Richard van den Bosch legt al zijn vertrouwen in de chef van de defensie. „Dat vind ik heel waardevol”, vertelt Terschegget. „Het vertrouwen van een trainer is voor elke voetballer, voor elke sporter, van groot belang. Ik sta daarom nu op deze plek met De Merino’s. Ik geniet.” De omstandigheden zijn wel eens anders geweest. Terschegget groeit op bij G.V.V.V. Ziet Arie Schans, tegenwoordig actief in de Chinese competitie, het wel zitten in de Veenendaalse verdediger, onder diens opvolger Herman Wijnands rest het tweede elftal. Terschegget kiest daarom een ander avontuur. „Zoals zoveel jonge spelers in Veenendaal”, weet hij. „En dan komt een club als De Merino’s vanzelf in beeld. Je wilt toch op niveau gaan voetballen.” Nu wordt Terschegget bij De Merino’s omringd door allerlei spelers die oorspronkelijk zijn opgeleid bij DOVO en G.V.V.V. De verdediger breekt ook bij De Veenendaalse Schapen niet meteen door. Jan Fluit, nu hoofdcoach van VVA’71, verwijst hem naar het tweede elftal. En daar bloeit Terschegget op. Onder coach Richard van den Bosch ontstaat een leuk team, dat zelfs de reserve-hoofdklasse bereikt. Hoofdcoach Bert Beerdsen ziet de prestaties van de centrale verdediger en hevelt hem over naar de hoofdmacht. „En daar ga ik nu mijn zesde seizoen in”, berekent Terschegget. „Ik ben helemaal op mijn plaats bij deze club. Gezelligheid gaat hier hand in hand met een prestatiecultuur.” De Merino’s is ook de verzamelbak van Veenendaals voetbaltalent. Dat stuit bij Terschegget op enig onbegrip. De grootmachten zitten te slapen. „Leg mij eens uit waarom jongens uit de eigen opleiding van G.V.V.V. naar een eersteklasser verkassen, terwijl de club nieuwe en onbekende jongens ophaalt bij derdeklassers? Dat is toch een vreemde ontwikkeling? Of is het vertrouwen in de eigen jeugd er niet? Je zou het bijna zeggen. En dat geldt ook voor DOVO, hoor. Bij wijze van spreken onze halve selectie heeft bij DOVO gevoetbald. Dan doe je als club toch iets niet goed.” Helemaal vreemd is het dan ook dat DOVO en De Merino’s dit seizoen tegenover elkaar staan. Afdankertjes spelen in de eerste klasse A tegen de vedetten van De Rooien? Terschegget laat de prikkelende woorden van zich afglijden. „Wij kennen die jongens van DOVO ook niet”, verduidelijkt hij. „Het is een aparte wedstrijd, dat zeker, maar we spelen ook tegen volstrekte onbekenden. Dat zou ook voor G.V.V.V. gelden. Die halen allemaal buitenlanders. Dat haalt veel van de charme van een derby weg.” DOVO is daarentegen wel een titelfavoriet, meent de verdediger. Met de kapitaalkrachtige clubs FC Breukelen en Eemdijk, denkt hij. „Die verenigingen móeten omhoog, wij zouden het heel graag willen. De insteek van een seizoen is dan heel anders. Voor ons begint alles toch met overleven, hè.” En het carbonpapier ligt daarvoor alvast klaar. |