Bron: De Gelderlander (door Eit Hendriks) 27 januari 2012
Er zijn maar weinig spelers van G.V.V.V., die kunnen bogen op de erelijst van Johan de Man. Maar liefst negentien jaar voetbalde de verdediger in de hoofdmacht van de Veenendaalse zaterdagclub en grossierde hij in prijzen en titels.
Dus voetbalde De Man met De Blauwen menige bekerwedstrijd tegen profclubs. De huidige assistent- trainer van IJsselmeervogels lepelt enkele ontmoetingen uit het verleden op. Die met de grootste nederlagen zijn hem het beste bijgebleven. Logisch, want hij had en heeft nog steeds een bloedhekel aan verliezen.
„De wedstrijd in Heerenveen ( 29 september 1992, red.), waarin we met 7-1 verloren, vergeet ik niet gauw. Een prachtige ambiance in het oude stadion van Heerenveen, er was veel volk op afgekomen.”
„Ik kreeg de veel scorende Roemeense spits Rodion Camataru tegenover me. Een beer van een vent. En dat heb ik geweten, ik speelde maar één helft. Hij gaf me een beuk. Twee dagen later werd ik al geopereerd aan een kapotte meniscus. Maar wel een schitterende ervaring”, vertelt De Man.
De grootste bekernederlaag in de historie van G.V.V.V., 1-14 thuis tegen Top Oss in het seizeon 2000/2001, maakte hij ook mee.
„Ik heb me snel gedoucht en ben meteen naar huis vertrokken. Wat een foutenfestival was dat zeg.”
De Man wenst G.V.V.V. woensdag tegen AZ veel sterkte. „Als ze in Alkmaar blijven doen, waarin ze sterk zijn en hun eigen systeem spelen, kunnen ze het AZ nog wel eens behoorlijk lastig maken.”