Het zal ondertussen wel zo ongeveer een jaar of tien geleden zijn dat we op onze clubwebsite de rubriek ‘Uit de oude doos’ introduceerden. Daarin verschenen met een zekere regelmaat artikelen die waren opgeduikeld uit het clubarchief. Toenmalig redactielid Ard van den Bovenkamp en tevens archiefbeheerder was daarvoor de initiatiefnemer en uitvoerder.

Aan die rubriek kwam op een gegeven moment een einde, en Ard is ook al weer diverse jaren geleden gestopt als lid van het webredactieteam. Maar tot begin dit jaar bevond het clubarchief zich nog steeds in huize Van den Bovenkamp. Omdat Ard die ingenomen ruimte graag weer voor privé doeleinden wilde gaan gebruiken is op zijn verzoek de blauwe clubgeschiedenis verhuisd naar het sportpark Panhuis en heeft ondergetekende het beheer daarvan voor zijn rekening genomen.

In de afgelopen maanden heb ik bij tijd en wijle wat in het archief gegrasduind en het een en ander geïnventariseerd. Die bezoekjes brachten mij op het idee deze voormalige rubriek nieuw leven in te blazen. Zeker in deze tijd waar het actuele club- en voetbalnieuws op een heel schamel pitje staat is het wellicht aardig om zo nu en dan iets over het verleden van G.V.V.V. in al haar geledingen op te dissen. Want niet voor niets is: ‘Wie zijn of haar verleden niet kent, begrijpt de toekomst niet’, een gevleugeld gezegde.    

De bedoeling is om de komende tijd iedere week een zo’n divers mogelijk beeld te schetsen over het wel en wee van onze voetbalclub in het nabije of verre verleden.

Bas van Capelleveen.

We trappen deze hernieuwde rubriek af met een onderwerp dat nog niet zo heel lang geleden voer was voor heel veel gekrakeel en discussie bij de toenmalige topklassers. Namelijk de invoering van de Tweede Divisie, wat in juni 2012 op de agenda stond van de KNVB.
Vier jaar later, was het na veel vijven en zessen en heel veel vergaderingen tussen alle partijen, zover en werd de huidige hoogste trede in het semi-amateurvoetbal ingevoerd. Waar ons vlaggenschip zich, door een 2-1 winst in de allerlaatste competitie ronde tegen Rijnsburgse Boys, op de valreep voor plaatste.
Maar wie dacht dat toen in 2012 de invoering van de Tweede Divisie een geheel nieuw onderwerp was op de agenda van onze ‘bobo’s uit de Zeister bossen, slaat de plank volledig mis. Bijna dertig jaar eerder verscheen onderstaand artikel in Dagblad Trouw.

Opvallend gegeven uit de bijbehorende enquête is dat 25%, ofwel zeven (vet gedrukt) van de toen 28 eersteklasser nu deel uitmaken van de Tweede Divisie, maar toen nauwelijks lichtpuntjes zagen. Als toevoeging is bij de overige 21 voetbalclubs achter de naam tussen (….) aangegeven op welk niveau zij nu uitkomen.

Doorstroming naar profs op laag pitje

AMSTERDAM – De zaterdageersteklassers in het amateurvoetbal staan zéker niet van ongeduld te trappelen om eventueel over te gaan naar de profsector.
Vorige week werd de weg voor een doorstroming van amateur- naar betaald voetbal vrijgemaakt door een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de sectie amateurvoetbal enerzijds en van het bestuur betaald voetbal anderzijds. Vooralsnog niet tot groot enthousiasme van de zaterdag-amateurs-sector.

Dat maakt eens te meer duidelijk waar de noodkreet vandaan komt: het betaald voetbal zit overduidelijk in het slop en het laat geen weg onbegaan om daaruit te komen. Omdat het profvoetbal nog altijd een trekpaard-functie vervult, is de kentering in de voetbalwereld niet beperkt gebleven tot het betaalde voetbal. Het voetbalspel ging de jeugd minder boeien, waardoor de aanwas der verenigingen in het amateurvoetbal de laatste jaren trager is verlopen dan in de jaren ’70, toen Nederland tot twee keer toe met de profs beslag legde op zilver tijdens een WK.

Het verval na de laatste plak, in 1978 in Argentinië, is zeker niet voorbijgegaan aan het amateurvoetbal, en dat kan als de voornaamste reden worden gezien voor het beantwoorden van de door het betaald voetbal gelanceerde noodkreet. Het heeft er vooralsnog hoofdzakelijk de schijn van dat het betaalde voetbal haar sectie in stand wil houden, en dat nu probeert te bewerkstelligen over de rug van de nog wel redelijk financieel boerende amateurs.
Waar het eerste betaald voetbalfaillissement, met als vervolg een reeks van op de afgrond verkerende clubs, nog niet als al te schadelijk werd ervaren, probeert het bestuur betaald voetbal nu met man en macht een club als FC den Bosch te behouden. Dat lijkt dan ook op indekken van de profs, met als motto: laat het betaalde voetbal niet verloren gaan.

Marten Kastermans, voorzitter van de sectie amateurvoetbal, die zich al sinds zijn aantreden opmerkelijk mild opstelt ten opzichte van de betaalde sector, laat zich dan ook ontvallen: “Wij moeten ons niet blindstaren op bet amateurvoetbal. Wij willen als bestuur amateurvoetbal de helpende hand bieden om het spanningsveld in de eerste divisie te vergroten.
Daartoe kan het amateurvoetbal als speerpunt dienen. Natuurlijk kun je het besluit niet los zien van het teruglopende aantal leden van de KNVB, maar dat is niet het uitgangspunt geweest.”

Daan Schotting, voorzitter van de commissie zaterdagvoetbal, is zich ook duidelijk bewust dat zaterdagclubs niet bovenmatig geïnteresseerd zijn in de doorstroming: “Als ik de huidige situatie bezie dan zal er geen belangstelling zijn vanuit de zaterdaghoek. Dat wij toch hebben toegestemd in de doorstromingsregeling, komt voort uit het feit dat wij een volwaardige partner binnen de KNVB zijn, en als zodanig ook volwaardig meepraten. Ik ben mij er echter van bewust dat de clubs het op dit moment niet al te aantrekkelijk vinden.”

De zaterdagclubs blijken zich vooral bezwaard te voelen door het feit dat zij vijf profs in dienst moeten hebben. Enerzijds is dat al een forse kostenpost, anderzijds is het irreëel om te veronderstellen dat je vijf spelers zou betalen en pakweg dertien spelers die de selectie complementeren niet. Dat is het voornaamste argument in de kringen van leiders in het zaterdagvoetbal om een overstap niet eens te overwegen.
Bovendien is er nog het probleem waarmee de competitieleiding zich geconfronteerd ziet, en dat niet weg te cijferen is in het zaterdagvoetbal: jaren geleden heeft de KNVB een slechte beslissing genomen door de vijfde tweede klasse in te voeren.

Juist nu men de piramidale opbouw enigszins tracht te herstellen (volgend seizoen een aanvang door invoering van een derde eerste klasse, op termijn gevolgd door toevoeging van een zesde tweede klas) dreigt afroming van bovenaf. De toelevering vanuit de afdelingen staat het al niet toe te snel de piramide te herstellen, dus het moge duidelijk zijn dat elke afroming van bovenaf dodelijk is om de drie derde klassen in stand te houden.

Al mag de kans ook niet worden uitgesloten dat de piramide in zijn geheel op de helling moet, wanneer er eventueel een klasse van non-amateurs zou worden gevormd (een klasse waarin betalen is toegestaan, maar niet is verplicht).
Met name DOVO zou zich in dat model thuis voelen, want die club wil wel hogerop, maar wil niet betalen. En het niet willen betalen is de algemene tendens van de gedachte in het zaterdagvoetbal. Blijkbaar wordt de financiële positie toch te belangrijk geacht om lichtvaardig een overstap-besluit te nemen. Wat doorstroming vanuit het zaterdagvoetbal naar het betaald voetbal vooralsnog op een laag pitje zet.

AMSTERDAM – Niet één zaterdagclub zal, zoals de kaarten nu liggen, direct in de pen klimmen om een aanvraag tot toelating tot het betaalde voetbal te bepleiten. De reacties op een door deze krant gehouden enquête onder de zaterdag-eersteklassers leerde dat de clubs, weliswaar met de nodige nuances, vooralsnog een “neen” laten klinken. De nuanceringen liggen als volgt:

ACV (Derde Divisie): Assen is geen voetbalstad. Qua accommodatie, financiën en publieke belangstelling lijkt het niet haalbaar.
BARENDRECHT (Derde Divisie): Niet bij voorbaat „neen”; belangrijk Is hoe het plaatje er over een reeks van jaren zal uitzien.
BENNEKOM (Eerste Klasse): Er Is nog niemand hier overeen eventuele overstap begonnen. Je mag dus aannemen dat het hier niet erg speelt.
DETO (Hoofdklasse): Geen denderend idee. Het Is ondenkbaar dat je vijf spelers zou betalen en de overige selectieleden niet.
DOVO (Derde Divisie): Sportief zouden wij graag hogerop willen, maar niet op deze voorwaarden. De eerste divisie? Leuk, maar geen spelers moeten betalen.
DTS ’35 (Eerste Klasse): Wij zouden er als de mogelijkheid zich voordeed, geen gebruik van maken. Wij zijn een bloeiende vereniging, en geven dat niet op voor een dergelijk avontuur.
GVVV: Sportief zouden we graag eens willen proberen hogerop te spelen, maar de voorbeelden van financieel ongezonde organisaties zijn zo legio, dat het ons niet reëel lijkt.
FLEVO BOYS (Hoofdklasse): Geen haar op ons hoofd die er maar aan denkt. Er is geen enkel vertrouwen in een dergelijk plan. Laten we eerst maar proberen ons op dit niveau te handhaven.
HEERJANSDAM (Eerste Klasse): De klasse van onafhankelijken komt eraan, dat is duidelijk. Er zijn weliswaar veel financiële gevaren aan verbonden, maar wie weet wat er met sponsors mogelijk Is. Op dit moment is het echter onmogelijk.
HUIZEN (Eerste Klasse): Wij zijn al blij dat we als amateurclub het hoofd boven water kunnen houden. Het is volkomen oninteressant.
KOZAKKEN BOYS: Het speelt voor ons niet. Het betaalde voetbal zit aan de afgrond, daar doen wij niet aan mee.
NIEUW LEKKERLAND (Eerste Klasse): Gelukkig zijn we nog gezond. Dat willen we zo houden, en daarom zouden we nee zeggen als het aan de orde kwam.
NOORDWIJK: Wij konden al in 1973 naar de profs maar hebben toen geweigerd. Je kunt beter een goedde lopende amateurvereniging hebben, dan een noodlijdende profclub.
NSVV (Tweede Klasse): Dit is geen gezondmaking van het betaald voetbal. Wij doen er dan ook niet aan mee.
ORANJE NASSAU (Eerste Klasse): Wij zullen er geen gebruik van maken; we betwijfelen of dit nu zal leiden tot gezondmaking.
OWIOS (Tweede Klasse): In een gemeenschap als de onze is het ondenkbaar.
PPSC (Vierde Klasse): Voor een beperkt aantal verenigingen is het misschien leuk, maar niet voor ons. Het is irreëel.
QUICK BOYS: Jammer dat het amateurvoetbal zo in de verleiding wordt gebracht. Dit is een lokker, want waar halen ze het geld vandaan? Nee, dit is te gek.
RCL (Tweede Klasse): De mogelijkheden zijn volgens mij voor RCL niet weggelegd. Binnen het bestuur wordt er komende weken over gepraat.
RIJNSBURGSE BOYS: We hebben nog geen mening. Het komt nog in het bestuur, en is daar wel agendapunt.
SPAKENBURG: Voor ons is het volstrekt niet interessant. Het is financieel niet op te brengen.
SC GENEMUIDEN (Hoofdklasse): Het plan is wel leuk, maar onze club is er te klein voor. Daarom is het voor ons niet interessant.
SPIJKENISSE (Hoofdklasse): In eerste instantie afwijzend, Financieel zal het moeilijk zijn – zie de shirtreclame.
SSS (Derde Klasse): Totaal geen interesse. Het is legaliseren van wat nu onder de tafel gebeurt. Weinig zinnige mensen zullen dit als een oplossing zien. Dat het betaalde voetbal instort is de amateurs niet aan te rekenen.
VITESSE DELFT (Tweede Klasse): Dat doen wij niet. De sponsors zullen op de stoelen van de bestuurders komen, dat is waardeloos.
VOLENDAM (Hoofdklasse): Alhoewel er reeds een FC Volendam is zou het qua vorm best kunnen. Maar het is niet aantrekkelijk. dus nee.
IJSSELMEERVOGELS: Sportief graag hogerop, ook financieel is het op dit moment wel haalbaar, maar of het dat blijft is een andere zaak. We moeten alles nog afwegen.
ZWART WIT ’28 (failliet gegaan in 2004) : Financieel zal het niet zijn op te brengen. Vijf contractspelers is te zwaar, dus we zullen het niet doen.

Bron: Dagblad Trouw 31 januari 1983 (door Peter Wilschut, research: Adri Vermaat)


Meer over de geschiedenis van onze club kunt u vinden op de facebook pagina ‘Historie van G.V.V.V.’ die wordt onderhouden en gemodereerd door Gert van Holland.