Het hoogste plafond (1960-1970)



Kampioenselftal 1960: Staand v.l.n.r. Anton Diepeveen, Arris van de Haar, Jacob van de Pavert, Wes van Dolderen, Jan van de Bovenkamp, Gerard van de Bovenkamp
Zittend v.l.n.r. Jan Ditewig, Gerard Hoedeman, Henny van Essen, Anton Leppers, Elzo Scholts.
 

 

Successtory 
Cees Heikamp wist G.V.V.V. in 1960 wederom naar een kampioenschap te leiden en wel van de 3de klasse B van de KNVB. Hiermede was men tweede klasser geworden en had G.V.V.V. het plafond van het zaterdagvoetbal bereikt. De tweede klasse was toen nog de hoogste klasse. 



Het kampioenselftal kende nagenoeg dezelfde namen als dat van 1957-1958, al waren daar Gerard Hoedeman, Anton Leppers, Jan Ditewig en Wessel van Dolderen bijgekomen. Ter gelegenheid van de drie kampioenschappen op rij werd bovenstaand herinneringsbord uitgegeven.

 

Aflossing van de wacht 
De voorzittershamer was overigens in 1959 door Rens Schotvanger overgedragen aan Piet Scholts en deze voerde de receptie aan ter gelegenheid van dit kampioenschap en promotie naar de tweede klasse.

 

Piet Scholts (overleden 24 oktober 1970)

Piet Scholts is als enige (ex) voorzitter benoemd tot erevoorzitter van G.V.V.V. wegens de bijzondere diensten aan G.V.V.V. verleend en heeft op alle G.V.V.V.-ers die met hem mochten samenwerken grote indruk achtergelaten.
Aardige anekdote is dat tot het voorzitterschap van Piet Scholts het de gewoonte was dat het 1e elftal (De Grolsch-Boys) met aanhang na een uitwedstrijd 'even langs ging' en dat dit 'even' meestal de gehele avond betekende, met alle denkbare gevolgen van dien.
Bij de intrede van Piet Scholts was dit meteen gebeurd en het aardige is dat diezelfde spelers hier nog steeds met respect over spreken.

De discipline, als je het zo noemen mag, die Piet Scholts stilzwijgend invoerde leidde er toe dat G.V.V.V. steeds meer aanzien verwierf.

Stilzwijgend, want alleen de aanwezigheid van Piet Scholts of een gebaar waren voldoende om de meute in bedwang te houden of een rumoerige ledenvergadering ogenblikkelijk het zwijgen op te leggen. Piet Scholts was sigarenmaker van beroep, maar had de allure van een echte gezagsdrager en toch zo eenvoudig, met begrip voor iedereen. Van het eerste tot het laagste elftal (hij bezocht ook regelmatig hun wedstrijden), van de veteranen tot de jongste jeugd. Wij eren Piet Scholts dan ook met een jaarlijks terugkerend jeugdtoernooi.

 

Helaas was het met het trainerschap van Cees Heikamp bij G.V.V.V. gedaan. Want als zo vele trainers werd zijn succes bestraft met het feit dat hij nog een jaar dispensatie verkreeg G.V.V.V. verder te trainen wegens het ontbreken van de daarvoor vereiste papieren. Hij voerde G.V.V.V. als debutant in dat laatste jaar nog naar de vierde plaats in de 2e klasse West I en werd opgevolgd door Dhr. Hordijk uit Ede.

 

 

Jan van de Bovenkamp haalde in 1960 nog de kolommen van De Vallei onder de kop:

"Vreugde bij G.V.V.V., Jan van de Bovenkamp terug uit Nieuw Guinea"

Al dezelfde zaterdag speelde Jan weer mee met G.V.V.V. tegen Spakenburg. Een klein verschil van 30 graden. Bovendien speelde men in Spakenburg tot aan de enkels in de modder. Toch maakte Jan blijkbaar indruk op de scouts van Wageningen, want in 1961 speelde hij er een proefwedstrijd. Gelukkig voor G.V.V.V. (jammer voor Jan) kreeg hij toen nog geen contract, zodat hij de blauwwitte gelederen bleef versterken. Later kreeg hij overigens wel een contract.

 

Veranderingen 

Op het bestuurlijke vlak veranderde in 1961 alleen iets in de 'marge'. Mede-oprichter Heye Horlings verhuisde naar Amsterdam en Cees Bruys promoveerde van tweede tot eerste secretaris. Cees Bruys is inmiddels gestopt als bestuurslid en 'erelid' van G.V.V.V.

Geurt Leppers (die in het kampioenselftal van 1948 speelde) was in 1962 nog steeds grensrechter van G.V.V.V.-1. Een functie die hij naast bestuurlijke werkzaamheden al enige jaren uitoefende. Op elke kampioensfoto van G.V.V.V. komen we Geurt dan ook tegen. Wederom op de elftalfoto van 1962, toen G.V.V.V. vierde in de 2e klasse West I werd.

 


Spelmoment uit de wedstrijd G.V.V.V. - IJsselmeervogels, let op de jutezakken!


Fameus is de bekerwedstrijd tegen DOVO in 1962. Het trainingskamp had men opgeslagen bij de familie Bruys aan de Buurtlaan. De sportmaaltijd bestond uit een biefstuk en gebakken eieren. Vanaf de Buurtlaan ging men op de fiets naar het Panhuis. Na een 1 -0 achterstand bij rust werd de wedstrijd uiteindelijk met 1-3 gewonnen. In de gelederen van G.V.V.V. bevond zich Bertus Kroesbergen, die een 'sensationele' transfer van DOVO naar G.V.V.V. achter de rug had. Dat was toen ongewoon en het is nog steeds zeldzaam dat een prominente speler van de huidige buren van club verwisselt.

 

Uit een interview met Mevr. Bruijs-Rouw

Het kan wel veertig jaar geleden zijn. De trainer zei: "ik zou wel willen dat ik de jongens ergens onder kon brengen, dan gaan ze ook de kroeg niet in". Want de wedstrijd moest nog gespeeld worden. Kees, mijn andere zoon, zei tegen de trainer dat ze wel bij zijn moeder mochten komen. Dat vond ze vast wel goed en zo stond er opeens een lange dis in de kamer. Er konden wel zestien man aanschuiven. Ik had biefstuk en eieren gebakken, er was brood, thee en melk. Uiteraard geen bier, want er moest nog gespeeld worden. Frans van Hardeveld, bijgenaamd 'Jan Kool', had voor stoelen gezorgd. Na afloop van het 'diner' bedankten de jongens me en gaven een hand. Dat vond ik wel netjes. Ja, en later moest er gespeeld worden. Ze wonnen met 3-1. Alle drie doelpunten waren van Anton Leppers. Een tijdje daarna was ik jarig en wat kreeg ik? Een prachtige plant van de voetbalclub. Dat vond ik erg mooi. G.V.V.V. heeft altijd een belangrijke rol in de familie gespeeld. Al mijn drie zoons waren er lid. Hoewel, Kees is de enige die nog lid is. Hij is zelfs erelid. Hij is heel lang secretaris geweest en samen met zijn vrouw Jenny hebben ze veel werk verzet voor de club.


 


G.V.V.V. 1 Buurtlaan 1962: Staand v.l.n.r. Gerard van de Bovenkamp, Jacob van de Pavert, Dick van Manen, Thijs van de Bovenkamp, Gerard Hoedeman, Gerrit Beukhof, Geurt Leppers. Zittend v.l.n.r. Robbie Cluistra, Dick van Limburg, Jan van de Bovenkamp, Paul Rebergen, Elzo Scholts.

 
Naar sportpark Panhuis 

In 1964 werd het terrein aan de Buurtlaan verlaten, de accommodatie was toen al zo slecht dat al eerder noodgedwongen moest worden uitgeweken naar het NSVS terrein. In dat jaar werd het sportpark Panhuis betrokken. Overigens niet alleen want ook DOVO en Unitas verhuisden naar het Panhuis. Bij toerbeurt werd het hoofdveld bespeeld. Op 22 augustus werd het sportpark officieel geopend door burgemeester Hazenberg. De verdeling van de velden op dit sportpark was een verhaal apart. De linkerzijde (de huidige DOVO-kant) werd gebruikt voor de hoofdwedstrijd. De ene week speelde G.V.V.V. hier en dat betekende dat ook alle lagere en jeugdelftallen aan die zijde speelden. Dit weer betekende dat men als vereniging de ene week drie en de andere week twee velden tot hun beschikking had. De jeugd bleef in het begin nog gewoon trainen op de Buurtlaan. Over veldenproblematiek gesproken. Wat de velden en de accommodatie betreft was men er toch op vooruit gegaan. De financiële gevolgen voor de vereniging waren echter ook groot. Zo groot, dat de entreegelden al na enkele maanden met een kwartje werden verhoogd tot ƒ 1,-- ! Getraind werd echter nog steeds op de Buurtlaan. De Sportstichting (beheerder van het sportpark) had geen geld te makke, maar zou er voor zorgen dat er toch een lichtinstallatie kwam.


De straatnaam Panhuis in het verlengde van de Zandstraat in Veenendaal is volgens Peter Will  van de Historische Vereniging Oud Veenendaal afgeleid ‘van een met dakpannen gedekte bierbrouwerij', ten westen van de kruising ’t Sant (de huidige Zandstraat), met de Gortsteeg (nu Gortstraat) Korte Molensteeg (nu Korte Molenstraat), en ingetekend in een eeuwenoude kaart uit 1705. Staat beschreven in het boekje ‘Veenendaal, straat in, straat uit’.
 

V.l.n.r. Jan van de Bovenkamp, Piet van de Bovenkamp, Gert Marcus, Cees Hardeman, Dick van Limburg, Leo Schreuders?, Otto Takken, Jan van Hunnik, Gerard Hoedeman, Gerrit Beukhof, Wim van Dijk, Henk Baams en Anton Leppers.


Januari 1964 verscheen het eerste officiële maandblad van G.V.V.V. Vóór die tijd werden nieuwtjes uitgewisseld middels een gestencild papier. Dit stencilen gebeurde bij een van de bestuursleden en het is wel eens gebeurd dat een bankstel van een ander design werd voorzien als het weer eens mis ging met het apparaat.

 

Opvolgers 
Sportief gezien ging het G.V.V.V. bepaald niet voor de wind. Door het wegvallen van o.m. Jan van de Bovenkamp en Anton Leppers speelde men in 1965 een slecht seizoen en werd degradatie maar ternauwernood ontlopen. Terwijl op bestuurlijk vlak Piet Scholts de voorzittershamer wegens gezondheidsredenen moest overdragen aan J. Hertog.

 

Een hoogtepunt was wel de wedstrijd op 5 mei 1965 tussen de 'oude glorie' van B.V.V. uit Den Bosch en een plaatselijk sterrenteam met o.a. Jacob van de Pavert en Nico Diepenveen (resp. G.V.V.V. en DOVO). De baten waren bestemd voor de G.V.V.V.-jeugd.

 

Bij die jeugd, in het juniorenteam, dienden zich al de opvolgers aan in de personen van Wim van Dijk, Cees Hardeman, Jan van Hunnik, Piet van de Bovenkamp, Jan Kampert en Henny Beyer. Men diende alleen nog enig geduld uit te oefenen.

 

In 1966 begonnen de eerste wrijvingen op het sportpark te ontstaan. Er was geen 'Buurtlaan' sfeer. G.V.V.V. kon niet aarden op het sportpark 'Panhuis'. Niet alleen de financiën, ook de organisatie en de verdeling van de gebouwen zorgden voor veel moeilijkheden. Behalve G.V.V.V., DOVO en Unitas maakten ook atletiekvereniging VAV, hockeyclub De Salamanders en honkbalclub Blue Socks gebruik van de velden en gebouwen. Voor al deze verenigingen was maar één kantine + bestuurskamer. Het bestuur deelde dan ook de Sportstichting mee hier geen gebruik meer van te willen maken.

 

Ook in 1966 werd voor de eerste maal met een juniorenteam naar Oost-Berlijn getogen. Gastheer Dynamo bezorgde de groep daar een geweldige tijd. Een jaar later ging er weer een groep naar achter het IJzeren Gordijn en ook nu weer werd het een grandioze belevenis.

 

In 1966 speelden er veel van de(n) Bovenkampen in G.V.V.V.-1, n.l. Gerard, Jan, Thijs, Coen en Piet.

 

Jan en Piet van de Bovenkamp

 

De naam van de(n) Bovenkamp is er een die veelvuldig in de analen van G.V.V.V. genoemd wordt. Anno '66 was er zelfs een eerste elftal waarin zich maar liefst 5 mannen van die naam ophielden: Gerard, Thijs, Jan, Coen en Piet.

Niet alle Bovenkampen hebben een stempel op de sportieve prestaties van G.V.V.V. gedrukt. Gerard is jarenlang aanvoerder geweest en heeft de glorietijd in de vijftiger en zestiger jaren meegemaakt. Twee andere broers (neven van Gerard) willen we middels een kort dubbelportret aan u voorstellen.

 

Jan van de Bovenkamp begon in 1952 op 12-jarige leeftijd voor het eerst in competitieverband te voetballen in onze vereniging. Met 16 jaar kwam hij voor het eerst in beeld voor het eerste elftal. Geurt Leppers zei in die tijd over ‘kleine' Jan: "Een aardig voetballertje, maar het gras is nog te hoog voor hem". Ondanks deze opmerking werd hij toch een vaste kracht, die zijn eerste seizoen speelde met de oude rotten die G.V.V.V. vanaf de oprichting hadden gebracht tot wat ze in die tijd was, eerste klasse UPVB. Het volgende seizoen begon de omwenteling in het sportieve G.V.V.V.-beleid welke leidde tot een verjongd elftal en vele sportieve hoogtepunten.

Na de kampioenschappen in 1958 en 1959 was het (voorlopig) gedaan met het voetballen van Jan. Hij ging zijn militaire dienstplicht vervullen in Nieuw Guinea. Na zijn diensttijd voetbalde hij nog 13 jaar bij G.V.V.V., met één onderbreking. In 1964 voetbalde hij een seizoen 'betaald' in Wageningen. Ondanks goede kritieken speelde hij maar 11 wedstrijden in het eerste, dat toen als trainer Bas Pauwe kende. Ook haalde hij verscheidene malen het Westelijk amateurelftal. In 1974 kwam het einde voor Jan, tenminste voor wat betrof het voetballen in het eerste van G.V.V.V., op 34-jarige leeftijd.

In de periode dat Jan bij Wageningen speelde kwam zijn jongere broer Piet voor het eerst in aanmerking voor het eerste elftal. Zijn debuut maakte Piet in 1964 in de uitwedstrijd in en tegen Huizen. Een wedstrijd beslissend voor degradatie. Mede dankzij deze Bovenkamp werd de wedstrijd met 3-1 gewonnen, Piet maakte 2 doelpunten! Het volgende seizoen kwam de definitieve doorbraak. Samen met zijn broer Jan speelde hij nog 9 seizoenen in het eerste van G.V.V.V. Later maakte hij alleen furore. Begin tachtiger jaren speelde Piet zijn laatste seizoen in het eerste elftal.

 

De broers hadden het voetballen niet van een vreemde. Hun vader was vroeger een bekende en goede voetballer, mede daardoor kregen zij deze sport met de paplepel ingegoten. Jan beweert zelfs dat Piet in de wieg al een bal en voetbal schoenen van zijn ouders kreeg. Moeder van de Bovenkamp heeft ook altijd een grote rol in de voetbalcarrières van beide broers gehad. Zij was het die de jongens stimuleerde en troostte wanneer vader van de Bovenkamp zijn zoons weer eens met beide benen op de grond zette wanneer zij dachten goed gevoetbald te hebben.

Qua voetbal waren de broers elkaars tegenpolen. Jan was een karaktervoetballer, doorgaan tot in de kleedkamer, terwijl Piet het meer van zijn techniek moest hebben. Piet liep zich nooit kapot. "Piet verrekt het" zeiden de mensen langs het veld, toch zweette hij altijd en als men de bal weer eens niet kwijt kon, dan stond daar altijd Piet, die meestal vrij stond!

 

500ste wedstrijd
In 1967 vierde G.V.V.V. haar 20-jarig bestaan. Niet alleen werd er een feestavond georganiseerd, maar er werd ook een bijzondere uitgave van het clubblad door Jan van Manen uitgebracht met vele historische foto's. Ook toen lotenverkoop en een bazaar in de Eierhal.


Seizoen 1967-1968 gaf een unieke indeling te zien. Voor de eerste maal in de geschiedenis zou G.V.V.V. tegen DOVO de grasmat betreden, in competitieverband dan wel te verstaan.
In dat seizoen (in 1968) speelde Gerard van de Bovenkamp zijn 500ste wedstrijd in G.V.V.V.-1. In de 15 jaar die hij als verdediger speelde, waarvan 7 jaar als aanvoerder, ontving hij NOOIT een waarschuwing. Trainer was dhr. Baams uit Zeist, die echter na één seizoen naar VVOG vertrok. Hij zou later nog terugkeren.

 

De magere jaren voorbij? 
Op tweede Paasdag in 1968 vond er een ontmoeting plaats tussen alle jeugdelftallen van DOS ‘01 uit Utrecht en G.V.V.V.
In 1968 eindigde men achter IJsselmeervogels en DOVO op een derde plaats en leken de magere jaren voorbij. Dit onder leiding van trainer Jan Aarsman uit Arnhem. De derby tegen DOVO verliep wat minder succesvol (dikke nederlaag, Jan van Hunnik brak een been en Gerrit Beukhof had niet genoeg lucht om de wedstrijd uit te spelen).
Maar decepties horen bij de sport, evenals glorieuze momenten.

 

Opnieuw succes was er in het seizoen 1969-1970. Weer onder leiding van trainer Baams (de man met pet en laarzen) promoveerde G.V.V.V. naar de nieuw ingestelde eerste klasse. Van de toen drie tweedeklassers promoveerden er twee, VRC miste de boot. U kunt wel begrijpen dat de vreugde binnen G.V.V.V. groot was na de 1-0 overwinning bij Zuidvogels en in optocht reed men door Veenendaal om de bevolking van dit feit op de hoogte te stellen.


Het was het begin van een periode, met één onderbreking, waarin G.V.V.V. zich als eersteklasser 'settelde'.

 

==> Een nieuw thuis (1970-1980)