Spanning tussen mooie ambitie en beleid

5 december 2015

Clubs roepen dat 'eigen jongens' in het eerste prioriteit heeft. Maar komt er in werkelijkheid iets van terecht?
 

Van de drie hoogst spelende clubs in de regio, VVA'71 werd niet meegenomen in het onderzoek, maken bij G.V.V.V. nog veel voetballers uit het eigen dorp deel uit van de A-selectie. Zes spelers wonen in Veenendaal.
 

Of dit over een paar jaar nog zo is, valt te betwijfelen. Reden daarvoor is het gat dat gaapt tussen het eerste elftal, dat in de topklasse voetbalt en de A1 in de eerste klasse. Een zorgelijk gegeven, waar Martien Terschegget, als hoofd Jeugd Technische Zaken bij G.V.V.V., mee worstelt.
 

"Voor ons is het zaak dat de A1 zo snel mogelijk opklimt naar de vierde of derde divisie. Niet dat je daarmee de garantie hebt dat er elk jaar spelers doorstromen naar de A-selectie, maar het gat wordt wel kleiner", meent Terschegget.
 

Door omstandigheden moest G.V.V.V. een paar jaar geleden de A1 uit de competitie terugtrekken en daardoor stokte de doorstroming. Het hoogste jeugdelftal van De Blauwen staat bovenaan in de eerste klasse en promotie naar de hoofdklasse behoort dus tot de mogelijkheden.
 

Daaronder beschikt G.V.V.V. over goede jaargangen. De B1 speelt in de vierde divisie en de C1 gaat aan kop in de derde divisie. Er is de club veel aan gelegen deze spelers tot en met de A1 binnenboord te houden. Andere regioclubs lonken, omdat hun A1 op een hoger niveau speelt.
 

Waar G.V.V.V. ook mee te maken heeft, is dat de echte talenten al vroegtijdig door bvo's worden weggekaapt. "Het is niet anders", vindt Terschegget, "de afgelopen drie jaar zijn er zes C- en B-spelers naar een profclub vertrokken. We blijven deze jongens wel volgen. Arie Willemsen onderhoudt de contacten en gaat zo nu en dan naar wedstrijden van deze spelers kijken. Ook krijgen ze elk jaar een pasje, waarmee ze gratis de wedstrijden van het eerste elftal kunnen bezoeken. Dat contact vinden we belangrijk, omdat we ze later graag als voetballer bij ons terugzien op Panhuis, als het bij een bvo niet is gelukt."
 

Terschegget betreurt dat de jeugd tegenwoordig zo ongeduldig is. Als ze naar de senioren doorstromen en niet meteen bij de A-selectie komen, vertrekken ze al snel naar clubs zoals De Merino's of clubs uit een lagere klasse. "Dan spelen ze in een eerste elftal. Maar bij ons speelt ons tweede bovenin de reserve-hoofdklasse. Daar kunnen ze ook rijpen en daarna de stap naar de A-selectie maken. Gelukkig spelen er nu vier jongens in het tweede, die vorig jaar nog A-junior waren. Zo moet het."
 

Bennekom is tevreden over de huidige ontwikkeling van de jeugd. Op dit moment is het aantal spelers, dat uit de eigen kweek doorgestroomd zijn naar het eerste elftal, op de vingers van één hand te tellen. Maar de jeugd heeft nadrukkelijk de toekomst.
 

"Onze jeugdelftallen spelen op een relatief hoog niveau", zegt technisch jeugdcoördinator Ton van den Heuvel namens de Gelderse voetbalvereniging. "Vooral onze B-jeugd (tweede divisie, red.) speelt hoog. Op zich is dat wel knap. Dat betekent dat we organisatorisch wel de goede weg in zijn geslagen."
 

"Spelers uit de eigen jeugd stralen herkenning uit", stelt technisch jeugdcoördinator Ton van den Heuvel namens Bennekom. "Dat maakt ze populair bij supporters. Er is bij ons een beleidsplan voor de jeugd opgesteld. Maar het blijft lastig daar een percentage aan te hangen."
 

In het jeugdbeleidsplan wordt onderscheid gemaakt tussen de middellange en lange termijn. De club zet in om zoveel mogelijk spelers zelf op te leiden en klaar te stomen voor het eerste elftal. Van de huidige selectie zijn Mark van Steenbergen en Wout Jan van der Kleut 'producten' van de Bennekom-school. Daar zit nog voldoende rek in.
 

"Op het moment dat er zich exceptionele talenten aandienen, dan is het zaak om ze ook een kans te geven in een eerste elftal", gaat Van den Heuvel. "Een aspect wat daarbij meespeelt, is dat de ene hoofdtrainer makkelijker de jeugd een kans geeft dan de andere. Maar op het moment dat een speler, door ons opgeleid, daadwerkelijk de stap naar een eerst elftal maakt, oefent dat ook een aantrekkingskracht naar buiten uit. Een mooie bevestiging dat een club in goed in beweging is."


Taoufik Adnane (gele schoenen) en Wilco den Hartog in duel met Guus Hupperts (AZ). Foto: Herman Stöver.
 

Adnane, Terschegget en Den Hartog zijn Blauwen
 

Taoufik Adnane, Wilco den Hartog en Roy Terschegget zijn drie spelers, die bij de allerkleinsten van G.V.V.V. voor het eerst tegen een bal trapten. Zij vertrokken later naar andere clubs.
 

Terschegget vanuit de C'tjes naar Heerenveen, Adnane naar de jeugd van Vitesse en Den Hartog probeerde het een jaar bij de beloften van Vitessse.
 

Rob van Eem begon bij DVSA in Amerongen en kwam via FC Utrecht en DOVO naar G.V.V.V.. Ayoub Boubakari begon bij OSM'75 in Maarn en belandde via FC Utrecht en Elinkwijk eerst in de jeugd en daarna in G.V.V.V. 2.
 

Ariën Bakkenes en doelman Guido Prins groeiden op bij DOVO. In de jeugd kwamen Jacco van de Brink, Eric van de Putte, Bas Muller en Leon Toonen naar de rode kant van Panhuis. In de basis is er vaak plek voor Toonen en Bakkenes. Doelman Prins moet Bodhi Prinssen voor zich dulden.
 

Uit de huidige Bennekom-selectie genoten Mark van Steenbergen, Niek van Ginkel (begonnen bij ONA'53) en Wout Jan van der Kleut hun opleiding op De Eikelhof. Roy de Ruiter kwam op jonge leeftijd naar Bennekom, maar begon bij RVW om vervolgens de opleiding van NEC te volgen.
 

Door: Eit Hendriks en Marcel van den Top