De Leeuw: ‘Zijn geen underdog tegen Katwijk’

29 april 2016
Volgens Danny de Leeuw maakt G.V.V.V. zaterdag goede kans om te winnen van Katwijk. Maar dan moeten de Veenendalers wel hun eigen spelletje kunnen spelen.
 
Tegen FC Lisse kwam het gewenste combinatievoetbal niet uit de verf omdat de bezoekers uit de Bollenstreek de linies dicht op elkaar hadden staan. ,,We speelden slap en creëerden te weinig kansen. Het tempo was te laag”, zag ook De Leeuw. ,,Zeker tegen een ploeg als FC Lisse, dat duidelijk voor een punt kwam, moet je de bal sneller rondspelen om een gaatje te vinden. Dat is moeilijk, maar dat neemt niet weg dat je thuis te allen tijden moet winnen van FC Lisse.”
 
Niet verwonderlijk dat de brilstand ook na 90 minuten voetbal nog op het scorebord stond. G.V.V.V. leed daarmee duur puntverlies in de strijd om een plaats bij de eerste zeven. Concurrent Rijnsburgse Boys, dat niet verder kwam dan een 1-1 gelijkspel bij revelatie Excelsior Maassluis, staat nog wel op gelijke hoogte, maar de Veenendalers kunnen praktisch geen misstap meer begaan. ,,De komende drie wedstrijden zijn allemaal finales.” 
 
De Leeuw: 'Het voordeel voor ons is dat zij moéten winnen om in de race te blijven voor het kampioenschap'
 
Meer ruimte
Te beginnen bij koploper Katwijk. De Leeuw ziet kansen in het vissersdorp. ,,Katwijk heeft een goed team en staat niet voor niets bovenaan. Het voordeel voor ons is dat zij moéten winnen om in de race te blijven voor het kampioenschap. Daardoor krijgen we automatisch meer ruimtes en kansen. We zijn daarom niet de underdog. We maken juist een goede kans om te winnen.”
 
,,Het is dan wel zaak dat we scherp voor het doel zijn. In de eerste wedstrijd vergaten we de wedstrijd in het slot te gooien en kwamen zij vlak voor tijd op gelijke hoogte. Alles staat of valt met kansen. Als we ons eigen spel spelen, dan moet het goedkomen”, verzekert de middenvelder.
 
Op Sportpark De Krom rolt de bal om 14.30 uur. Het duel is live te volgen via het Twitter-account van @GVVV.
 
Tekst: Jeroen van Barneveld
Fotografie: Dick Gijsbertsen