De Wolf: ‘Wedstrijd moet een bekroning zijn’

11 mei 2016
De week van de waarheid. De absolute kraker. De alles-of-niets-wedstrijd. Het duel tussen G.V.V.V. en Rijnsburgse Boys houdt de gemoederen dagenlang bezig in Veenendaal en omstreken. Ook trainer John de Wolf (53) kan niet wachten op het duel dat een bekroning moet zijn van een seizoen van uitersten voor de Veenendalers. ,,Dit mogen we niet meer weggeven.”
 
Hij leefde vroeger van finales, voorzien van alle druk en hectiek. Met Feyenoord won hij drie keer de landelijke beker en de Supercup in een uitzinnige Rotterdamse De Kuip. Natuurlijk, de wedstrijd tegen Rijnsburgse Boys is van een ander kaliber en dit keer verruilt hij het spelersshirt voor een trainersshirt, maar coach John de Wolf bereidt zich naar eigen zeggen voor op een ‘finale’ in de ‘week van de waarheid’. ,,Dit is het allermooiste wat je kan meemaken.”
 
In die week van de waarheid staat een ticket voor de nieuw te vormen Tweede Divisie op het spel, mogelijk het nieuwe walhalla van het topamateurvoetbal. Alleen winst telt voor Rijnsburgse Boys en G.V.V.V., de clubs die samen de felbegeerde zevende plaatst bezetten. De Veenendalers hebben dan wel een beter doelsaldo dan de Uien, alleen de punten tellen op het hoogste amateurniveau. Bij een gelijkspel volgt een beslissingswedstrijd op neutraal terrein.
 
 
Overnachting in Hoenderloo
Om daarom optimaal voorbereid te zijn op de wedstrijd van het jaar, overnacht De Wolf met zijn ploeg, na een trainingssessie op vrijdagavond op Panhuis, in Hoenderloo, verblijfplaats van het Nederlands elftal. ,,Ik vind het belangrijk om bij elkaar te zijn en samen toe te leven naar de wedstrijd. Als speler vond ik dat ook fijn”, zegt de coach, die niet bang is dat hij daardoor nog meer druk legt op het duel. ,,Op finales liggen sowieso druk. Ik denk dat je juist de druk bij elkaar wegneemt door een samenzijn een dag voor de wedstrijd. Maar hé, natuurlijk mag ik er druk op leggen, dat moet ook. Maar het moet niet de verkeerde kant op gaan. Als de een daar wat meer moeite mee heeft, dan kan de ander dat wegnemen.”
 
Zelfbewust
De Wolf zegt niet te kunnen wachten op de wedstrijd van zaterdag. ,,Dat ga ik ook overbrengen aan de spelersgroep. Veel jongens hebben al een paar finales gespeeld, maar die hebben ze niet gewonnen. Je moet dat vergeten en zelfbewust het veld in gaan.” De Wolf zegt weinig te kunnen met het feit dat de Veenendalers twee jaar geleden de beslissingswedstrijd in Volendam niet wonnen, en ook de districtsbeker in de eindstrijd vorig seizoen aan zich voorbij zag gaan aan IJsselmeervogels.
 
 
Verloren finales
,,Ik kan er net zo veel mee als ik roep dat ik er vier heb gewonnen. Maar het is geen toeval dat ik er vier gewonnen heb. Of het dan toeval is dat G.V.V.V. er een paar verloor? De jongens hebben me wel verteld waar het destijds aan lag. Ik vind het dan niet vreemd dat je die wedstrijden verliest. Inhoudelijk ga ik er verder niet op in, maar ik begrijp wel waarom G.V.V.V. toen niet aan het langste eind trok.”
 
Eén boodschap: winnen
G.V.V.V. kwam van ver, stond op het dieptepunt zeven punten achter op de nummer zeven, maar wist door een reeks van zeven gewonnen duels in acht wedstrijden na de winterstop orde op zaken te stellen. ,,We hebben er maanden kei- en keihard voor gewerkt. Dit mogen we niet meer weggeven. We hebben één voordeel, we spelen namelijk thuis. Met zo goed als zeker veel publiek en wat minder warmte dan afgelopen zaterdag. Dat laatste is geen excuus, want ook de tegenstander heeft daar last van. Want al moeten we met dertig graden voetballen, er is maar een boodschap: winnen. Dan hebben we onze mooie doelstelling bereikt.”
 
 
Bekroning
,,Als we de Tweede Divisie bereiken, is dat een bekroning van het werk van de materiaalman tot aan de verzorger, van het bestuur tot aan de technische mensen”, aldus De Wolf. ,,Maar het is vooral een bekroning voor de spelers. Zij doen nog altijd wat wij voor ogen hebben en moeten onze plannen uitvoeren. Dat is een goed samenspel gebleken. We moeten nog één keer alles opzij zetten voor dat ene doel, maar we moeten ook niet doorslaan. Vooral blijven doen waar we goed in zijn en waar we ons prettig bij voelen. Dan moet het goedkomen”, verzekert de coach.
 
Tekst: Jeroen van Barneveld
Fotografie: Dick Gijsbertsen