Johan Jansen blijft de ruste zelve

15 april 2016
Soms is hij de zondebok, soms de reddingsboei. Doelman Johan Jansen (27) verdeelt nog meer dan zijn medespelers de supporters aan de blauwe zijde van Sportpark Panhuis in twee kampen: de voor- en tegenstanders. ,,Het leven van een keeper is soms verrotte moeilijk.”
 
Dinsdagavond. Terwijl de equipe van trainer John de Wolf in de kleedkamer uitpuft na een pittige training in de lenteregen, is doelman Jansen druk in de weer met een knalrode gereedschapskist. Voor niets kreeg hij, timmerman van beroep, twee speakerboxen cadeau van een formaat waar je u tegen zegt. En die moeten nu dus een plaatsje krijgen in de kleedkamer. De Barnevelder kijkt wat, boort even en een halfuur later horen de mensen in de kantine een oorverdovend lawaai. De boxen, eenmaal op hun plaats gehangen, doen het. Jansen knikt tevreden. Ook dat klusje is weer geklaard.
 
Zo geliefd als hij is als mens, zo verdeeld zijn de meningen over hem als doelman onder het Veenendaalse publiek. Vraag tien mensen naar hun mening over de goalie: vijf zijn lovend over hem, de andere vijf zien liever een andere sluitpost onder de lat staan. Jansen heeft er mee leren leven. ,,Dat mensen kritiek hebben is prima hoor. Ik krijg natuurlijk vaak te horen dat ik de ballen slecht uittrap, maar soms krijg ik ook ballen aangespeeld… Mensen kijken dan direct naar mij, logisch natuurlijk. Maar er gaat meer aan vooraf. Én als ik de bal goed aangespeeld krijg en iedereen staat goed, dan speel ik ‘m echt wel naar de juiste kleur. Toen ik hier pas was begonnen, was ik wel bezig met de mening van mensen. Nu, vijf jaar later, een stuk minder. Kijk, iedereen maakt fouten, maar als ik er een maak, zit de bal er direct in. Dat maakt het leven van een keeper soms verrotte moeilijk.”
 
Jansen: 'Toen ik hier pas was begonnen, was ik wel bezig met de mening van mensen. Nu, vijf jaar later, een stuk minder'.
 
‘Gaat geen bal in vandaag’
Zaterdag nog, tegen Kozakken Boys, bewees Jansen zijn team een dienst door zijn doel met een aantal puike reddingen schoon te houden. ,,Ja, ik zat er lekker in. Dat begon met de eerste zweefredding op een bal van Berry Powel. Dan krijg je direct het gevoel dat er geen bal in gaat vandaag. Nou dat is aardig gelukt”, lacht de goalie breeduit, zittend op een sofa in de kantine. ,,Ik heb de jongens de eerste helft er doorheen gesleept. Dat geeft je een dosis zelfvertrouwen, ook als de trainer dat na afloop bevestigt.”
 
Klik met De Wolf
Met trainer De Wolf heeft Jansen een klik, zo geeft hij aan. ,,In het begin denk je toch: het is John de Wolf, de oud-voetballer. Maar hij gaat ook gewoon naar het toilet, hoor. Hij geeft me veel vertrouwen en zo hier en daar wat complimenten. Dat is wat ik als keeper nodig heb. Hij zegt dat niet altijd tegen me, maar als ik op maandag in de krant lees dat ik volgens hem een goede wedstrijd heb gespeeld, of dat ik de ploeg op de been heb gehouden, dan geeft dat veel voldoening. En als ik een mindere wedstrijd keep, of ik maak een grote fout als tegen Excelsior Maassluis, dan neemt hij me in bescherming.”
 
Jansen neemt de laatste details door met trainer John de Wolf: 'Hij geeft me veel vertrouwen'.
 
‘Wil je een pilsje?’
Net zoals hij zich afsluit voor de meningen van de buitenwereld, zo isoleert hij zich ook van alles wat er gezegd wordt achter zijn doel. ,,Ik ga er alleen maar beter van keepen, laat me er niet door beïnvloeden. Je hoort het natuurlijk wel, maar ik blijf kalm in zo’n situatie. Laatst bij DVS ’33 ook nog. Achter het doel riepen ze ook wat naar me. Toen de scheidsrechter afblies, vroeg ik aan een van hen: Wil je een pilsje? Moesten ze lachen. Dat is de charme van het amateurvoetbal. Vind ik wel mooi.”
 
Tekst: Jeroen van Barneveld
Fotografie: Dick Gijsbertsen