Hofman, gifkikker met hart op de goede plek

7 december 2016
Een flikker, wijsneus, arrogante viespeuk en een egootje. Hij is het allemaal, zegt Rodny Hofman (28). Maar dat is in het veld. Daarbuiten is hij goudeerlijk, iemand met het hart op de goede plek.
 
’41 gele kaarten?!’ Rodny Hofman schrikt er zelf van als hij zijn statistieken op een A4’tje onder zijn neus geschoven krijgt. Zijn stem klinkt een octaaf hoger, alsof hem onrecht is aangedaan. Daarna volgt een korte, zeldzame stilte aan tafel. De feiten spreken voor zich, weet hij ook. Maar zoveel gele kaarten, nee, dat had zelfs Hofman niet verwacht.
 
De naderende tweehonderdste wedstrijd in de hoofdmacht – zaterdag tegen de beloften van Sparta Rotterdam - is de aanleiding voor een interview over zijn eerste zes jaren bij G.V.V.V. Ook die mijlpaal heeft hij niet ingecalculeerd. ‘Ik wist het niet. Dat ik al zo ver was, verbaasde me eigenlijk. De tijd vliegt… Maar om eerlijk te zijn voelt de wedstrijd tegen Jong Sparta net zoals alle andere wedstrijden. Ik heb er geen speciaal gevoel voor, nu ik straks mijn tweehonderdste wedstrijd speel, maar dat neemt niet weg dat het een mooie mijlpaal is.’
 
Hofman vorig seizoen tegen ONS Sneek in extase nadat een voorzet van zijn voet tot doelpunt wordt gepromoveerd.
 
Goudeerlijk
Het is Hofman te voeten uit. Kan soms ongenadig uit zijn slof schieten, maar is bovenal goudeerlijk. Met de rem erop praten is niet aan de 28-jarige Veenendaler besteed. ‘Dat eerlijke zit in me. Vooral als me onrecht wordt aangedaan, schroom ik niet om mijn mening te ventileren. En dat gaat dan ten koste van het groepsproces, maar het moet er dan uit. Gelukkig leven we bij G.V.V.V. in een cultuur waarin iedereen open en eerlijk naar elkaar toe is. Het bevestigt dat ik zes jaar geleden de juiste keuze heb gemaakt.’
 
Hofman is van oorsprong een speler van DOVO, van de overkant, zoals ze in het blauwe kamp steevast zeggen. Hij debuteerde als zeventienjarige A-junior in het eerste elftal van de Rooien en was na een omzwerving bij RKC Waalwijk (één seizoen) niet meer weg te denken uit de hoofdmacht van de hoofdklasser. Als stofzuiger op het middenveld knapte hij alle vieze klusjes op, maakte hij de vuile meters en schakelde hij zijn man uit. Hij werd zelfs in 2008 tot speler van het jaar uitgeroepen.
 
Maar toen hij tijdens de contractonderhandelingen waardering miste, koos hij – op aandringen van zijn jeugdvriend Wilco den Hartog – voor de andere kant van Panhuis. Natuurlijk maakte dat de tongen los in het voetbalmaffe dorp, maar daar had hij grof gezegd lak aan. De opmerkingen aan zijn adres? Ach, het zal wel.
 
In zijn debuutseizoen bij G.V.V.V., uit bij hoofdklasser ASWH.
 
Kan niet kapot
Hij kijkt liever naar het voetballende gedeelte. ‘De eerste training kan ik me nog goed herinneren. Ik stond bij de ene partij rechtshalf, Roy Terschegget bij de andere. We waren elkaars concurrenten, maar ik kreeg als snel het idee dat ik niet in de basis terecht zou komen.’
 
In de eerste competitiewedstrijd tegen Montfoort zit Hofman dan ook op de reservebank. Maar daar komt al vrij snel verandering in. ‘Ik viel in voor Rik van Leeuwen en werd in diezelfde wedstrijd direct rechtsback. Vanaf dat moment kon ik niet meer kapot. Ik voelde vertrouwen van trainer Erik Assink, de resultaten waren goed en het spel was aantrekkelijk om te zien, denk ik.’
 
‘Ik merkte al vrij snel dat je je bij de senioren meer moet focussen op één positie. Dus de knop was al vrij snel omgegaan dat ik me bij G.V.V.V. op de rechtsbackpositie moest richten. Ik ben geen echte verdediger, vleugelverdedigers zijn trouwens ook geen echte verdedigers, maar verkapte buitenspelers. Ik zou trouwens nu niet eens meer op het middenveld willen spelen.’
 
Hofman verzendt een pass.
 
Energie
‘Op de rechtsbackpositie kan ik al mijn energie kwijt en kan ik bovendien in dienst van het elftal spelen. Ik moet het natuurlijk niet van de scharen hebben, meer van mijn basistechniek. Voor de grap zeggen we soms: het is nu tijd voor tiki-taka à la Barcelona. Roy en ik voelen elkaar uitstekend aan.’
 
Hofman was en is samen Taoufik Adnane een van de meest gevreesde backs van de Topklasse en Tweede Divisie. Ze passen naadloos in het combinatiespelletje van de Veenendalers, die in de amateurwereld veel roem vergaren met de attractieve speelwijze.
 
‘Ik heb mijn plek rechts op de vleugel gevonden, ja. Specialiseerde me in al die jaren vooral op het aanvallende gedeelte, van de tien voorzetten komen er nu acht aan, in plaats van vier een paar jaar geleden. De aanval is voor mij de beste verdediging. Buitenspelers hebben er een hekel aan om mee te verdedigen. Geloof me maar: Er hebben genoeg aanvallers tegen me gezegd: ‘Blijf jij effe staan vandaag’.’
 
In kenmerkende houding.
 
Spijkerhard en onorthodox
Maar er is ook een andere kant van de voetballer Hofman. Die van de spijkerharde duels, onorthodoxe slidings en woede-uitbarstingen, alsof er kortstondig kortsluiting ontstaat in zijn hoofd. ‘Er ontstaat soms wel een kleine storing in m’n hoofd, ja. Kortsluiting gaat me wat ver. Maar ik moet een flikker zijn in het veld, dat er vandaag niet met je te sollen valt. En daar hoort een stevige kegel uitdelen weleens bij. Ik kick daar soms op, ook op de spanningen die daarbij komen kijken. Maar ik heb echt wel respect voor de tegenstander, hoor.’
 
Hij weet hoe die tegenstander naar hem kijkt. ‘Die ziet een wijsneus, arrogante viespeuk en een egootje. Ik weet echt wel hoe mensen over me denken, maar de mensen dichtbij me weten hoe ik daadwerkelijk ben. Als buitenspeler moet je bij mij niet aankomen met gekleurde schoentjes… Het heeft ook te maken met fases, als de resultaten minder zijn, pak je eenmaal meer kaarten. Ik sta er nu pas op één, hè.’
 
‘Ik ben hoe dan ook altijd bij opstootjes betrokken. Of ik sta erbij, of ik sta ertussen. Soms is het dom en onhandig, maar ik vind dat je elkaar ook niet moet laten vallen. Dat mag wel wat meer bij ons, dat laten zien dat je er ook nog bent. We zijn soms te lief.’
 
Aan de bal, op zoek naar een vervolg.
 
Toekomst rooskleurig
Lief, of niet. Hofman weet dat hij op zijn vrienden in het veld kan bouwen. ‘We gaan door het vuur voor elkaar. Er zijn denk ik maar weinig ploegen op dit niveau die er net zo veel aan doen als wij. Ik heb natuurlijk weleens verleidingen gehad om ergens anders te spelen, maar toen kwam dit altijd naar boven, dat hechte. Bij de andere club is het gras niet altijd groener. Ik heb het goed naar mijn zin hier en daarom ook mijn contract met twee jaar verlengd. Ik zie mijn toekomst ook nog rooskleurig in. Ben in de kracht van mijn carrière, ook omdat ik nu twee keer in de week extra train bij een personal trainer. Dat is op dit moment het belangrijkste: fit blijven. En dan zien wel weer waar het schip strandt.’
 
Tekst: GVVV.nl/Jeroen van Barneveld
Fotografie: GVVV.nl/Dick Gijsbertsen en Orange Pictures