Zelfbewust voor het doel en daarbuiten

10 augustus 2016
Zelfverzekerd en bedachtzaam zijn eigenschappen die bij Frank Tervoert (26) passen. Hij moet vanaf zaterdag de doelpuntenproductie van G.V.V.V. opkrikken, in de nieuwe Tweede Divisie. ,,Als ik dit seizoen de vijftien doelpunten niet passeer, ben ik niet tevreden.”
 
Doelpunten maken. Ogenschijnlijk gaat het allemaal vanzelf binnen de kalklijnen. Een kwestie van een goede aanloop, een hoek kiezen en uiteindelijk de bal goed raken, zodat je de keeper geen kans biedt ‘m te pakken. Maar hoe makkelijk dat ook klinkt, het maken van een treffer is misschien wel het moeilijkste onderdeel van het voetbal. Topspitsen zijn schaars. Ook in het topamateurvoetbal.
 
Frank Tervoert heeft het maken van doelpunten zich meester gemaakt. Een topschutter pur sang. In de afgelopen drie seizoenen vond hij in dienst van hoofdklasser Sparta Nijkerk 52 keer het net, waarvan achttien doelpunten in de topklasse. De 26-jarige spits staat nu met G.V.V.V. aan de vooravond van een nieuw hoofdstuk in zijn loopbaan: spelen in de nieuwe Tweede Divisie. Zijn plafond naar eigen zeggen.
 
Frank Tervoert vindt de doelman van Lunteren op zijn weg.
 
En de start van de competitie kriebelt bij hem. ,,De wedstrijdspanning begint toe te nemen bij mij, maar ik denk ook bij m’n medespelers. Helemaal nu we de tegenstander (HHC Hardenberg, red.) ook geanalyseerd hebben.”
 
Overtuigend
Niet alleen binnen de lijnen is Tervoert daadkrachtig en overtuigd van z’n eigen kwaliteiten, ook daarbuiten oogt hij zelfbewust. Nauwkeurig kiest hij zijn woorden uit, een slip-of-the-tongue zal je niet zo snel bij hem ontdekken. Eenmaal aan het woord klinkt hij vastberaden, zonder enige twijfel, zeker van zijn zaak.
 
Zeker was hij ook afgelopen januari van zijn keuze voor G.V.V.V., na vier jaren bij Sparta Nijkerk. En daar is nog geen verandering in gekomen. ,,De eerste indrukken hier zijn heel positief. Ik kan nu wel stellen dat ik precies gevonden heb wat ik zocht. Het niveau is een wereld van verschil vergeleken met wat ik gewend was bij Sparta Nijkerk. De ballen krijg ik hier op trainingen en tijdens wedstrijden panklaar neergelegd. Ook over de mentaliteit van de spelers heb ik me positief verbaasd. De jongens van dertig zijn ondanks hun leeftijd nog zo gretig om het onderste uit de kan te halen. Ik voel me als een vis in het water.”
 
Tervoert tovert langzaam een lach op zijn gezicht na zijn goal tegen SDC Putten.
 
Erfenis
Dat hij in vijf oefenwedstrijden – dan wel tegen tegenstanders van minder statuur – zes keer het net vond, onderstreept dat Tervoert lekker in zijn vel zit. Hij relativeert dat aantal liever. ,,Het wordt een probleem als ik ze niet maak, maar het wordt van me verwacht dat ik er wel zes scoor. Vind ik ook vrij normaal, hoor. Die zes doelpunten laten wel zien dat ik gevonden word door mijn medespelers.”
 
Er rust enige druk op de schouders van Tervoert, nu hij als de nieuwe aanvalsleider zijn opwachting maakt bij de tweededivisionist. Jarenlang rustte er een vloek op de spitspositie bij de Veenendalers, na het stoppen van topschutter Dennis van Meegdenburg in 2014. De prestaties bleven achter bij de torenhoge verwachtingen van de spits. Alleen Sherwin Grot en Olivier Pilon, als verkapte linksbuiten, maakten meer dan tien doelpunten in een seizoen.
 
,,Ik kan nu wel stellen dat ik precies gevonden heb wat ik zocht."
 
,,Of ik de achtergelaten erfenis van Dennis al veel heb gehoord? Dat valt nog mee. Het heeft ook geen rol gespeeld in mijn komst naar G.V.V.V. Tenminste, niet zodanig dat ik koste wat het kost mijn stempel wilde drukken in de spits. Ik ben hier naartoe gekomen vanwege het aanvalsspel. Moet je eens zien: Roy, Martin, Caifano, Taoufik. Robin en Rodny, allemaal denken ze maar aan één ding: aanvallen. Als spits kan ik me niet meer wensen.”
 
Doelstelling
Tervoert is inmiddels geslepen genoeg om te weten dat de spits wordt afgerekend op zijn doelpunten. Immers het bestaansrecht van de spits: doelpunten. ,,Als ik dit seizoen de vijftien doelpunten niet passeer, ben ik niet tevreden. En dat aantal leg ik mezelf op.”
 
Tekst: Jeroen van Barneveld