Jansen aan vooravond van ‘bijzondere’ mijlpaal

18 september 2017
Johan Jansen staat dinsdagavond in het bekerduel met FC Dordrecht voor de 200ste keer onder de lat bij G.V.V.V. De mijlpaal staat symbool voor de ontwikkeling die de Barnevelder in zes jaar doormaakte: van druktemaker naar constante factor. 
 
In de kantine van de door hem zo geliefde club dwalen Johan Jansens gedachten af naar 10 september 2011. In de Bollenstreek speelt G.V.V.V. op die zaterdag tegen grootmacht Rijnsburgse Boys. Jansen, een nieuw gezicht in de selectie na avonturen bij NAC Breda en Almere City, staat voor de tweede keer onder de lat van de toenmalig Veenendaalse topklasser en moet zich te bewijzen aan trainer Erik Assink. Niels Willemse genoot tot dusver de lichte voorkeur van de gepokt en gemazelde coach.
 
'Ik ben inderdaad een stuk rustiger dan voorheen.' Foto: Orange Pictures
 
220 volt
‘Ik wilde bij mijn komst direct laten zien dat ik in de basis thuishoorde, maar het werkte averechts. Ik stond onder 220 volt, maakte fouten.’ Rijnsburgse Boys profiteerde optimaal en stuurde de Veenendalers met een monsterzege van 7-2 huiswaarts. Jansen had Assinks krediet direct verspeeld en mocht plaatsnemen op de bank. Tot Willemse een wedstrijd later, tegen Noordwijk zijn kruisband scheurt. Er liggen nieuwe kansen in het verschiet voor de Barnevelder. Het is het moment waarop een nieuw tijdperk wordt ingeluid onder de lat van de Veenendalers. Jansen stond nadien alleen incidenteel zijn plek af.
 
Nee, Jansen, staat tegenwoordig niet meer onder 220 volt. Hij is een stuk wijzer geworden, rustiger vooral. De woede-uitbarstingen die zijn eerste seizoen kenmerkten, ook op trainingen, ze zijn grotendeels verleden tijd. ‘Met de komst van twee kinderen en de dood van mijn vader Wout ben ik de zaken op een rijtje gaan zetten. Ik heb me daar in ontwikkeld, ben inderdaad een stuk rustiger dan voorheen. Om die reden heb ik altijd de concurrentiestrijd met de nieuwe keepers gewonnen. Op trainingen kan ik me nog weleens laten gelden, hoor, maar dat gaat er minder fel aan toe dan voorheen. Ik heb ingezien dat je ook een andere manier kan coachen.’
 
Met zoon Nick. Foto: Orange Pictures
 
Trots
Na Willemse verpieterden ook Christian de Haan, Sven Taberima en Kevin Rijnvis op de bank. ‘Ik heb me nooit zorgen gemaakt om de strijd onder de lat. Een nieuwe keeper verdient pas een plek als hij aantoonbaar beter is dan ik.’ Alleen Taberima bracht Jansen aan het wankelen na een slechte periode, maar ook de van Spakenburg overgekomen sluitpost kon geen potten breken. Het bleek voor Jansen de opmaat van een ‘bijzondere’ mijlpaal, die van 200 wedstrijden. 'Ik ben er oprecht trots op. Maar goed, ik ben pas op de helft van het aantal van Johan de Man, toch? Ik moet het dan nog een tijdje volhouden’, zegt hij met een knipoog.
 
Jansen voelt zich zichtbaar op zijn plek in Veenendaal. ‘Ik heb hier alles. Naast het voetballen op het hoogste amateurniveau kan ik werken en bij mijn gezin zijn. Nee, ik ben tussentijds niet benaderd door de grotere clubs uit het amateurvoetbal, maar ik zal daar niet zo snel op ingaan.’
 
Johan Jansen de gevierde man in Rotterdam. Foto: GVVV.nl/Dick Gijsbertsen
 
Droom
Juist in het moeizame eerste seizoen vestigde Jansen zijn naam met de befaamde strafschoppenreeks (4-5) in het bekerduel met eredivisionist Sparta. In de eerste helft stopte hij al een strafschop van Jaime Bruinier, later vertolkte hij een nog grotere rol. ‘Ik had me van tevoren niet ingelezen, maar zei bij de derde strafschop tegen Donovan Slijngard dat hij links van me moest schieten. Je weet dat hij dan voor de rechterhoek kiest. Terwijl ik voor me keek, wist ik dat ik ‘m ging pakken. Het was altijd een droom van me om belangrijk te zijn in dit soort wedstrijden. Die kwam uit. De strafschoppenreeks tegen Sparta is het hoogtepunt uit mijn carrière.’
 
Johan de Man kwam tot 394 wedstrijden, Jansen weigert in de glazen bol te kijken. ‘Het is de vraag of het kan en of ik het wil, zo lang doorgaan. Keepers gaan normaal gesproken langer door, en ik kan hier gerust oud worden hoor.’