Op Google kun je vinden wie ik ben

26 januari 2013

Bron: De Gelderlander (door Eit Hendriks) 26 januari 2013

TOPTRAINER Erik Assink boekt grote successen met G.V.V.V.
 

Erik Assink leidde G.V.V.V. naar de top van het amateur­voetbal in Nederland. De Veenendaalse club is de hui­dige lijstaanvoerder van de topklasse zaterdagvoetbal.


Hij omschrijft zichzelf als een eigenzinnig type, eerlijk, soms streng, maar altijd rechtvaar­dig. Die karaktereigenschappen hebben hem geen windeieren ge­legd, meent Erik Assink (55). De successen, die hij met verschillen­de clubs heeft behaald, staven die mening volledig.

Hij lepelt de behaalde kampioen­schappen en prijzen moeiteloos op. Zo steekt de huidige coach van het Veenendaalse G.V.V.V. ook in el­kaar. Van zichzelf overtuigd, recht door zee, maar een tikkeltje ijdel­heid is hem ook niet vreemd. Hij is trots op zijn behaalde resultaten en komt daar voor uit.

„Bij G.V.V.V. hebben ze in het begin ongetwijfeld aan mij moeten wen­nen. Ik ben nogal direct, zeg pre­cies wat ik vind en draai nooit om de hete brij heen. Tja, dat was voor een aantal mensen wel even slikken”, vertelt hij.
„De eerste keer dat ik me aan de spelersgroep voorstelde keken ze vreemd op. Ik zei: ‘Ik heet Erik As­sink en als je wilt weten wie ik ben, kijk je maar op google. Daar word ik vaak genoeg genoemd.’ Het zijn later gevleugelde woorden geworden”, zegt Assink lachend.

Niet alleen aan de persoon Assink moest men in Veenendaal wen­nen, ook de speelwijze, die hij voorstond, bracht een cultuurom­slag teweeg. „Niets ten nadele van mijn voorganger (Frans Koenen, red.), maar ik vond G.V.V.V. veel te afwachtend spelen. Het spel was meer gericht om doelpunten te voorkomen dan om ze te maken.”
Assink staat een aanvallende speel­wijze voor. „Dat houdt risico’s in, maar zolang je een doelpunt meer maakt dan je tegenstander win je wel. Bovendien komt het publiek beter aan z’n trekken en hebben de spelers meer plezier in het spel­letje”, stelt de oefenmeester.

Is dat de sleutel tot zijn succes als trainer? „Nou, daar komt wel wat meer bij kijken. Vergelijk het met een soeppan. Hoofdingrediënt is de spelersgroep. Die moet poten­tie hebben. Anders begin je niks.
Daar doe ik nog een paar ingre­diënten bij. Mijn ervaring als trai­ner, mijn kijk op voetbal en de kunst om iedereen op de juiste po­sitie en in de juiste rol te laten spe­len. Die mix moet een lekkere soep opleveren.”

Assink beaamt dat hij daarbij een uitstekende people’s manager is.
„Door mijn werk als sportleraar, ben ik gewend om met groepen om te gaan. Voel ik snel aan wat er leeft. Ik moet er voor zorgen dat we één gemeenschappelijk doel na­streven: plezier in het voetbal en zo hoog mogelijk eindigen.”

Daarbij staat bij Assink duidelijk­heid en eerlijkheid voorop. „Spe­lers moeten weten, waaraan ze toe zijn, wat ik van ze vind. Waarom ze wel of niet spelen. Wat ze moe­ten verbeteren. Er zijn ongetwij­feld trainers, die een gevarieerdere training geven dan ik, maar ik vind dat spelers eerst de simpele dingen volledig moeten beheersen en zich pas daarna verder moeten verbeteren. Van alles een beetje kunnen, levert niets op.”

Assink wilde op zijn 55ste stoppen als trainer, maar besloot er nog een vierde jaar bij G.V.V.V. aan vast te plakken. „Iedereen wilde dat ik bleef en ik beleef er zelf ook nog zoveel plezier aan. Dus was de keu­ze eenvoudig. Wat ik daarna ga doen, is van latere zorg. Eerst wil ik met G.V.V.V. nog iets moois bele­ven. Een kampioenschap? Waar­om niet.”

 

Erik Assink kende veel ups, weinig downs


VEENENDAAL – Als speler van FC Hilversum verliest Erik Assink in de tachtiger jaren de interesse in het actieve voetbal. Hij wordt trai­ner bij SC ’t Gooi, ook uit Hilver­sum en leidt de club naar een kam­pioenschap.
Vervolgens gaat hij terug naar het noorden, naar de omgeving van Roden, waar hij is geboren en is zes jaar trainer van Drachtster Boys. Met die club promoveert hij naar de zaterdaghoofdklasse.

IJsselmeervogels is Assinks volgen­de club. Met de Rooien uit Spaken­burg wordt hij drie keer afdelings­kampioen en landskampioen bij de zaterdagamateurs. Eén keer be­haalt hij met IJsselmeervogels het algehele landskampioenschap en in 1996 wordt de KNVB-beker bij de amateurs veroverd.

Maar het succes laat Assink in 2000 in de steek. Na zeven slechte wedstrijden breekt er paniek uit in Spakenburg en wordt Assink op straat gezet.
Hij komt een jaar later als tussen­paus bij Sparta Nijkerk terecht, maar kan niet voorkomen dat de Nijkerkers degraderen. Het jaar er­na promoveert Assink met Sparta weer naar de hoofdklasse.

Bij Bennekom, zijn volgende club, vertrekt Assink voortijdig, vanwe­ge zwaarwegende privéomstandig­heden. Ook daarna bij Spakenburg stapt hij eerder op. Hoewel de Blauwen bovenaan staan, ontstaat er in de slotfase van de competitie een verschil van mening tussen As­sink en de technische commissie. Daaruit trekt Assink zijn conclu­sies. Spakenburg wordt wel kam­pioen.

Voordat hij bij G.V.V.V. terecht komt geniet hij bij Ter Leede twee seizoenen van de duels tussen de clubs uit de Bollenstreek. Bij G.V.V.V. begint hij aan een nieuwe successtory. Hij maakt G.V.V.V. in 2011 kampioen van de hoofdklasse B en promoveert naar de topklas­se, waarin als debutant een vijfde plaats wordt bereikt.

Spraakmakender is het bekertoer­nooi, waarin G.V.V.V. de profclubs Excelsior en Sparta uit Rotterdam uitschakelt. In de kwartfinale wordt met 2-1 van AZ verloren.
Momenteel staat G.V.V.V. eerste in de zaterdagtopklasse.