Terschegget, onbetwiste regisseur van G.V.V.V.

22 november 2016
Gehaald als vijftiende man bij de selectie, uitgegroeid tot de Pirlo van G.V.V.V. en de top van het amateurvoetbal. Roy Terschegget (29) heeft in zes jaar tijd zijn sporen verdiend bij de Veenendaalse tweededivisionist. Hij staat nu aan de vooravond van zijn tweehonderdste wedstrijd in dienst van de club. Een openhartig interview.
 
Nee, Roy Terschegget is niet iemand van de cijfertjes. Daar is de ervaren middenvelder te veel de pure liefhebber van het spelletje voor. De cijfers van 43 doelpunten en 42 assists in 199 wedstrijden die hem vooraf getoond worden, zorgen wel voor een voorzichtige glimlach op zijn gezicht. Daar blijft het ook bij. Warm of koud wordt hij niet van al die getallen.
 
Tegen TEC Tiel speelt Terschegget hoogstwaarschijnlijk zijn tweehonderdste wedstrijd voor de club. Op die mijlpaal is hij oprecht trots. ‘Al doet het me op dit moment nog niet zoveel. Ik denk dat ik pas later ga beseffen hoe uniek deze mijlpaal is. Zeker als je ziet hoe veel spelers in het team al meer dan tweehonderd wedstrijden hebben gespeeld.’
 
Terschegget is een kind van de club. Hij zette zijn eerste voetbalstappen aan de blauwe zijde van Sportpark Panhuis en was jarenlang als jeugdvoetballer niet van de velden te slaan. Tot hij in de B-jeugd de kans kreeg om naar de jeugdopleiding van Heerenveen te verkassen. Een nieuwe omgeving, in een gastgezin, met potentiële sterren om zich heen. Een doorbraak bleef echter uit. Via de profs van De Graafschap, waar hij drie seizoenen onder contract stond, besloot hij terug te keren naar G.V.V.V., naar de amateurs. Die belofte had hij immers gedaan als het niet zou lukken in de profwereld. Maar het liep bijna anders.
 
Roy Terschegget, rechts hurkend, op achtjarige leeftijd.
 
Opvulling
‘Ik vertrok bijna naar een andere amateurclub, totdat ik een aanbod van de club kreeg. De technische commissie zag me in eerste instantie als opvulling van de selectie, als een vijftiende man, samen met Wilco den Hartog, die terugkeerde van een avontuur bij Vitesse. Mensen bij De Graafschap verklaarden me voor gek dat ik voor een appel en een ei had ingestemd. Mijn zaakwaarnemer kon me naar andere clubs brengen waar ik het tienvoudige zou kunnen verdienen. Maar ik was een beetje klaar met het profvoetbal. Iedereen dacht maar aan zichzelf. Ik ben te sociaal voor dat wereldje.’
 
‘Ik was op dat moment overtuigd van mijn eigen kwaliteiten en wist dat ik in de basis zou komen bij mijn terugkeer naar G.V.V.V. Het was wel even omschakelen, want het niveau was een stuk lager dan bij een profclub.’
 
Zijn debuutwedstrijd in de KNVB Beker tegen WKE was een memorabele. ‘Na een minuut spelen werd ik het ziekenhuis in getrapt. Ik was een tijdje buitenbewustzijn. Alleen de aftrap met Tom Oostinjen kan ik nog herinneren.’ Na een nacht in het ziekenhuis in Emmen stond de middenvelder de week daarop gewoon weer op het veld. Het tekent de ware liefhebber in hem.
 
In zijn debuutseizoen speelde Roy Terschegget op één duel na alle competitiewedstrijden in dienst van G.V.V.V.
 
Kruisbandblessure
Daar kwam hij pas achter toen hij in 2011 op de training een zware kruisbandblessure opliep. Het grootste dieptepunt uit zijn loopbaan bij de club, bekent hij. ‘In een duel met Bart Hulsbos zakte ik door mijn knie heen. Ik had heel veel moeite om te gaan kijken, bij trainingen en wedstrijden. Het deed ontzettend veel pijn om niet te kunnen voetballen. Ik heb er samen met fysiotherapeut Pieter Vermeer alles aan gedaan en alles voor gelaten om weer terug te komen. Dan besef je pas dat je blij mag zijn dat je kan voetballen.’
 
Eenmaal teruggekeerd op het veld, dirigeerde Terschegget als een regisseur die het script vooraf helemaal in zijn hoofd heeft het spel op het middenrif. ‘Ons middenveld was en is geroemd vanwege het voetballende vermogen, en ik denk dat ik daar ook wel een steentje in heb bijgedragen. Ik laat andere spelers beter voetballen: als het team goed speelde, speelde ik ook een goede wedstrijd. In al die jaren ben ik een stuk volwassener geworden: Ik doe geen gekke dingen meer en speel met m’n hoofd.’
 
‘Natuurlijk is het mooi als iemand als Gert Kruys bij RTV Utrecht je de Pirlo van het amateurvoetbal noemt en me bewondert vanwege mijn spel. Maar je moet ook niet vergeten dat ik in al die jaren met fantastische spelers om me heen heb gespeeld. Dat meen ik echt. Kijk maar naar wat we gepresteerd hebben met z’n allen.’
 
Volledig in zijn element, met de bal aan de voet.
 
‘Het hoogtepunt uit die zes jaar is zeker het kampioenschap in de hoofdklasse. Ook omdat Wilco en ik in dat seizoen uitgroeiden tot dragende spelers, in tegenstelling tot de vijftiende en zestiende man die we oorspronkelijk waren. Ook de wedstrijd tegen Rijnsburgse Boys van afgelopen seizoen was een hoogtepunt. Vooral als je ook de avond daarvoor met Emile Ratelband erbij betrekt. Alsof het zo moest zijn. We promoveerden naar de Tweede Divisie.’
 
Pluspunten 
‘Het is niet altijd een vanzelfsprekendheid geweest dat ik zou blijven. Elk seizoen klopten topclubs IJsselmeervogels en Spakenburg op de deur, ze brachten me serieus aan het twijfelen. Kozakken Boys kwam er vorig seizoen ook nog bij. Na een afweging heb ik toch vooral naar de pluspunten bij deze club gekeken. Ik besefte dat ik het naar mijn zin had, een hechte band had met alle spelers en ook mijn werk in mijn buurt had. En vanwege het geld zou ik nooit vertrekken. Alleen om sportieve redenen.’
 
‘Ik kon twee jaar geleden terug naar De Graafschap. Trainer Jan Vreman vroeg me of ik de ambitie had om terug te keren naar het profvoetbal. Die had ik niet. Op die leeftijd (26) moet je zoveel laten voor een laag aanbod of een amateurcontract. Het was het niet waard om het voetballen bij G.V.V.V. en mijn maatschappelijke carrière op te geven.’
 
‘Nog niet op topniveau’
In oktober tekende hij een nieuwe, tweejarige verbintenis. Als hij zijn contract uitdient, is hij 32 jaar. ‘Iets in mij zei dat ik moest blijven. Ik heb naar dat stemmetje geluisterd. Puur een gevoelskwestie. Om sportieve redenen hoefde ik ook niet te vertrekken, want met een tweede plaats in de Tweede Divisie doet geen enkele amateurclub het beter dan G.V.V.V.’ 
 
Op zoek naar een vervolg, zoals een spelverdeler betaamt.
 
‘Een nieuwe mister G.V.V.V.? Dat vind ik een te groot woord. Er zijn genoeg spelers uit de historie die die titel verdienen. Natuurlijk is het wel uniek dat er zoveel spelers in deze tijd zoveel wedstrijden hebben gespeeld op zo’n niveau. Dat wordt wel eens vergeten. We hebben lief en leed met elkaar gedeeld, nooit ruzie gehad, wel onenigheid, maar we hebben elkaar nooit laten vallen.’
 
‘Ik ben ook nog niet op mijn topniveau, kan er zeker nog een stapje bij doen. Hoeveel wedstrijden er nog bij komen? Dat durf ik niet te zeggen, want blessures kunnen natuurlijk een rol spelen. Ik weet ook niet of ik eindig bij G.V.V.V. Op een lager niveau voetballen zie mezelf niet doen, dat kan ik niet opbrengen. Als ik merk dat ik veel minder word, dan kap ik ermee.’
 
Tekst: GVVV.nl/Jeroen van Barneveld
Fotografie: GVVV.nl/Dick Gijsbertsen en Orange Pictures