Voorbeschouwing FC Den Bosch – G.V.V.V.

7 januari 2015

Dat gaat naar Den Bosch toe, zoete lieve Gerritje, dat gaat naar Den Bosch toe, zoete lieve meid. We zijn benieuwd of dit volksliedje uit de 19de eeuw komende zaterdag op het repertoire staat in de bus die de A-selectie en staf zal gaan vervoeren. We vermoeden van niet, maar het zou wel toepasselijk zijn aangezien de rit naar Den Bosch gaat, officieel ’s-Hertogenbosch genoemd.

Naast zoete lieve Gerritje – het vrouwke heeft zelfs twee standbeelden in de stad – is er nog veel meer te zien en te bewonderen in deze historische provincie hoofdstad. Een kleine greep daaruit: De Sint-Jans Kathedraal, het Noordbrabants museum, de Binnendieze (= overkluisde grachtengordel), de Vestingwerken en het Jeroen(Jheronimus) Bosch centrum, waar replica’s van deze wereldberoemde schilder en geboren Bosschenaar zijn tentoongesteld. Ook mag niet vergeten worden de geweldig lekkere lokale caloriebom, de Bossche Bol eens te proeven. Maar dit zijn ontdek je plekje tips voor een volgend bezoek aan Den Bosch, want G.V.V.V. en haar aanhang gaan zaterdag richting Stadion De Vliert, officieel met het voorvoegsel BrainWash, want dat is naamgever/sponsor van het stadion, om aan te treden tegen Jupiler League deelnemer FC Den Bosch.

Ontstaan en historie FC Den Bosch (bron: Wikipedia)
In 1897 werd de voetbalvereniging RKVV Wilhelmina opgericht en 10 jaar later ontstond in 's-Hertogenbosch de volksclub NOAD. NOAD veranderde de naam in BVV, om de verwarring met het Tilburgse NOAD (nu NAC = Noad Advendo Combinatie) te voorkomen. BVV (Bossche Voetbal Vereniging) groeide in het midden van de 20ste eeuw uit tot een nationale topclub, die een paar keer net naast de titel greep, maar in 1948 toch landskampioen werd. Opvallend detail is, dat BVV in die succesjaren niet in 's-Hertogenbosch haar thuiswedstrijden speelde, maar op Heidelust in het nabij gelegen Vught.

Het door de stad luid bejubelde kampioenschap in 1948 spoorde de gemeente 's-Hertogenbosch aan om voor BVV binnen de gemeentegrenzen een nieuw groot stadion te bouwen. In 1951 werd Stadion De Vliert geopend, op dat moment met zijn capaciteit van 30.000 toeschouwers, na Stadion Feyenoord en het Olympisch Stadion het derde stadion van Nederland. Met BVV ging het in De Vliert echter niet goed. In 1954 werd het betaald voetbal in Nederland ingevoerd. Maar BVV speelde slechts kort op het hoogste niveau, degradeerde in 1958, na een omkoopaffaire, uit de eredivisie en zakte vervolgens snel af naar de tweede divisie waarin stadgenoot Wilhelmina maar net het hoofd boven water kon houden.

Twee betaald voetbalclubs in een stad als 's-Hertogenbosch was volgens de lokale overheid zinloos en die stuurde dan ook aan op een fusie. Wilhelmina wilde op eigen kracht verder, maar BVV besloot vrijwillig naar het amateurvoetbal af te dalen. (BVV bestaat trouwens nog steeds en heeft zelfs een zaterdag- (3de klasse) en een zondagtak (2de klasse) en speelt haar thuiswedstrijden naast Stadion De Vliert). Een nieuwe stichting, FC Den Bosch, ging met de proflicentie van BVV in 1965 verder. Eén jaar speelde de nieuwe club met Wilhelmina als concurrent in de tweede divisie B. Want er was ook een tweede divisie A, die eveneens uit 15 deelnemers bestond. Daarnaast had je toen een eerste divisie met ook 15 voetbalclubs en een eredivisie met 16 teams. Kortom het (semi)betaalde voetbal herbergde toenmaals in totaal 61 voetbalverenigingen.


De bouw van stadion De Vliert in 1951. Bron: website FC Den Bosch

Na dat jaar besloot ook Wilhelmina zich aan te sluiten bij FC Den Bosch, dat toen zijn officiële naam FC Den Bosch '67 kreeg. Wilhelmina keerde terug naar het amateurvoetbal. (Ook Wilhelmina heeft nog steeds bestaansrecht in Den Bosch, zij spelen momenteel in de zondag 4de klasse).

De fusie bleek een goede keuze, want voorzichtig leefde het voetbal in 's-Hertogenbosch weer op. FC Den Bosch '67 kon prima meedraaien en groeide snel uit tot een vaste waarde in de eerste divisie. In het seizoen ‘70-'71 droomden veel Bossche voetbalfans 23 jaar na de landstitel weer van nieuwe topsuccessen, want de club maakte een magisch seizoen door. Er werden slechts twee wedstrijden verloren, het publiek kwam massaal naar de thuiswedstrijden (gemiddeld 10.150) en ver voor het einde van de competitie stond promotie naar de eredivisie vast. Dat gebeurde echter met een oud elftal waarin de zes dragende spelers allemaal ouder dan 33 jaar waren. Lang duurde het eredivisie-avontuur dan ook niet.

Degradatie volgde al in 1973. Ondanks veel publiek en een paar opmerkelijke voetballers. Zoals de latere internationaal Kees Krijgh, de blonde pijl Dick Beek, de Duitse spits Volker Graul, keeper Hans van der Pluijm en de Braziliaan Roberto Abruseze. Deze door de fans tot Pietje Pele (naar Appie Happie) gedoopte middenvelder bleek echter ook de grootste miskleun in het bestaan van de club. Abruseze was op dat moment de duurste aankoop van FC Den Bosch ooit, 150.000 gulden, maar speelde slechts 25 minuten.

Na de degradatie in 1973 moest 's-Hertogenbosch het weer tien jaar met eerste divisie-voetbal doen. Maar in 1983 volgde, na winst in de nacompetitie en dus promotie, weer een nieuwe en grote opleving, die langer duurde: waarbij je zou kunnen spreken van de zeven vette jaren.

Sinds de degradatie van 1990 doet FC Den Bosch echter verwoede pogingen Volendam naar de kroon te steken als de 'heen en weer' van het betaalde voetbal. Vier promoties werden steeds gevolgd door onmiddellijke degradatie, waarvan de laatste in het seizoen ’04-’05 plaatsvond.
Sindsdien hebben de Blue White Dragons, zoals de bijnaam luidt, tevergeefs geprobeerd om terug te keren naar de het hoogst haalbare niveau op voetbalgebied in ons land, de eredivisie. Maar liefst zesmaal werden de play-offs bereikt en evenzovele malen ging het mis. Afgelopen seizoen nog, gaf de vierde periodetitel recht op deelname aan de nacompetitie, maar daarin trok Excelsior Rotterdam tweemaal aan het langste eind (1-3 en 2-1) en promoveerde uiteindelijk ook ten koste van RKC Waalwijk.

Zeven vette jaren
Bij de terugkeer in 1983 in de eredivisie eindigde men op een keurige 10de plek. Met de oud-internationals Theo de Jong en Rinus Israël als trainers werd FC Den Bosch in de volgende seizoenen zelfs een kandidaat voor Europees voetbal. Talenten als Hans Gillhaus, Arnold Scholten, Fred van der Hoorn, Ton Pattinama en de van Heracles overgekomen Hendrie Krüzen braken door. De twee meter lange keeper Jan van Grinsven werd landelijk bekend als penaltykiller van formaat en zelfs internationaal vermaard met een doelpunt in de slotminuut van een duel met Roda JC (2-2) in 1985 waarin de koppositie in de eredivisie op het spel stond. Dat memorabele doelpunt werd in de pers omschreven als “het mooiste onterechte doelpunt allertijden".

De tweede stap, naar Europees voetbal, kon de club echter net niet maken. Nadat in de nacompetitie van 1983 en in de twee seizoenen daarna De Vliert regelmatig was volgelopen, raakte het publiek spreekwoordelijk de weg kwijt naar het grote Bossche stadion. Sponsors speelden destijds nog geen grote rol en businessclubs bestonden nog niet. FC Den Bosch kreeg met de dalende publieke belangstelling steeds minder financiële armslag en slaagde er dan ook niet in zijn jonge opmerkelijke talenten vast te houden. Arnold Scholten vertrok naar AFC Ajax. Gillhaus en Krüzen naar PSV. Jos van Herpen naar Feyenoord. Fred van der Hoorn naar Dundee United. Wim van der Horst en Ton Pattinama naar FC Utrecht. René van Eck naar FC Luzern. Jan van Grinsven naar MVV. De transfersommen konden door de te dure huishouding amper worden aangewend voor goede aankopen.


Luchtfoto van het huidige BrainWash Stadion De Vliert. Bron: website FC Den Bosch

Te klein voor het tafellaken, te groot voor het servet
Dat is in een notendop het verhaal van deze club die dus nu al twee decennia lang op zoek is naar een nieuwe doorbraak. FC Den Bosch schommelt voortdurend tussen ere- en eerste divisie. De geschiedenis van de vicieuze cirkel aan het einde van de jaren tachtig herhaalt zich, want gebrek aan financiële armslag en een te kleine achterban staan een doorbraak in de weg. Want naast bovengenoemde bekende namen bracht de ploeg bracht nog  steeds wel talenten voort, van wie Ruud van Nistelrooij, Anthony Lurling en Theo Lucius de bekendste zijn. Door de financieel wankele positie van de club vertrokken zij vroeger dan gepland, waardoor FC Den Bosch geen stabiele eredivisieclub kon worden en ook geen hoge transfersommen voor zijn toptalenten inde. Van Nistelrooij vertrok bijvoorbeeld in 1998 voor 650.000 gulden naar SC Heerenveen. Een jaar later voor 12 miljoen gulden (=ca. 5,4 miljoen euro) van SC Heerenveen naar PSV.

Bestaansrecht
Maar ondanks al deze, in verhouding, weinige ups en vele downs is wel zo klaar als een klontje dat FC Den Bosch nog steeds haar bestaansrecht meer dan heeft bewezen, dit in tegenstelling tot de b.v. failliet gegane BVO’s zoals AGOVV, SC Veendam, RBC Roosendaal, FC Wageningen, en zo zijn er nog wel een paar te noemen. En dat is voor de club en haar aanhang ook heel veel waard. De liefde voor de club zit bij de echte blauwen diep van binnen. Dat komt wellicht tot uiting als je kijkt naar de huidige technische staf met aan het hoofd Ruud Kaiser en zijn assistenten Jan van Grinsven en Fred van der Hoorn. Kaiser speelde in z’n actieve voetbalcarrière een dikke honderd duels voor de Bosschenaren. Fred van der Hoorn gaat hem met meer dan 250 wedstrijden ruimschoots voorbij, maar de sliert van de Vliert zoals de bijnaam van Jan Grinsven luidt, spant de kroon. In 15 seizoenen, verdeeld over twee perioden, stond hij in meer dan 400 wedstrijden onder de lat bij FC Den Bosch en daarin scoorde hij ook nog eens tweemaal. Maar wereldberoemd werd Van Grinsven door een treffer die hij uit het net moest halen na de ‘bicycle kick’ van Marco van Basten in 1986.

Doelstelling ver weg
De selectie van oefenmeester Kaiser kent (nog) geen echt bekende namen. Wel opmerkelijk is dat er drie jeugdige huurlingen van Juventus deel uit maken van het keurkorps. Edoardo Ceria heeft zich daarbij al bewezen als basisspeler, terwijl Filippo Penna en Elvis Kabashi de basis afwisselen met invalbeurten. Uitzondering op de regel ‘onbekend’ is natuurlijk Anthony Lurling. Deze 37-jarige voetbalnomade keerde afgelopen mei terug in de moederschoot, want in 1994 begon hij z’n imponerende voetballoopbaan bij FC Den Bosch. Maar betekenisvoller is dat Lurling dat deed op basis van een amateurcontract en eind december zelfs belangstelling van oude werkgever NAC Breda afwees. Hij wil met z’n oude liefde een mooie tweede helft van de competitie gaan neerzetten. En dat zal ook nodig zijn, want de doelstelling van de club om opnieuw mee te doen in de play-offs, is voorlopig nog een heel eind weg. De huidige 12de plaats, precies op de helft van de competitie, is daar ruimschoots onvoldoende voor. Maar met nog twee perioden te gaan blijven er nog voldoende kansen over om opnieuw een gooi te doen om FC Den Bosch op de eredivisie kaart te zetten.


Net als elf andere Jupiler League clubs speelt FC Den Bosch op kunstgras. Dus vertrouwde bodem voor G.V.V.V. Bron: website FC Den Bosch

Uitdaging
Voor G.V.V.V. is deze tweede oefenwedstrijd in de aanloop naar de hervatting van de topklasse competitie natuurlijk een mooie uitdaging. Want hoewel het niveauverschil tussen Jupiler League en het ontstaan van de topklasse in 2010 ondertussen best wel enige nivellering heeft gekend, is het toch nog steeds zo dat eerste divisie clubs veelal de onderlinge potjes in oefenduels of bekerwedstrijden in hun voordeel weten te beslechten. Volgens de website voetbalnederland.nl liggen de verhoudingen in percentage van winst, gelijkspel en verlies voor onze gastheren op 72 – 18 -10. Kort door de bocht hebben aanvoerder Simon Brouwer en zijn kompanen dus een kwart kans dat zij uit dit oefenduel meer dan een punt overhouden. Natuurlijk is dit een statistische  vergelijking op basis van de clubindex van de beide kemphanen en zijn in het ons zo geliefde spelletje altijd verrassingen mogelijk. Maar reëel gezien zal zo’n percentage verdeling niet zo ver van de waarheid af liggen. Het is aan de Assink pupillen om die vaststelling te loochenstraffen en daarmee sportieve revanche te nemen voor één eerdere ontmoeting met FC Den Bosch.

Eerdere ontmoeting
Die vond namelijk plaats op vrijdag 6 augustus 1999 onder leiding van scheidsrechter Jack van Hulten en 700 toeschouwers. Dat was toen, in tegenstelling tot het komende treffen, een officieel duel. Want in het kader van de poule fase om KNVB beker moest G.V.V.V. toen ook op bezoek in Stadion De Vliert. Het was het eerste duel in poule 11, met verder RBC Roosendaal en UDI ’19/Beter Bed als deelnemers.

De selectie van toenmalig trainer Martin Koopman bestond o.a. uit: Roël Liefden, Arnold Scholten, Henk Vos, Cedric van der Gun, Harry van der Laan, Rob Wielaert, Peter Uneken, Patrick Hobbelen, Patrick Deckers en natuurlijk niet te vergeten huidig assistent trainer Fred van der Hoorn. Maar grote man in die allereerste ontmoeting werd de Pool Krzysztof Bociek. Via Volendam, AZ en NEC maakte hij dat seizoen zijn debuut voor de Bosschenaren. Keeper Khalid Ben Lahsen of Ruud van de Peppel, we konden niet achterhalen wie het doel toen verdedigde, moest viermaal de gang naar het net maken na treffers van deze spits, die dat keurig verdeelde over de beide helften. Na de pauze deden ook de beide Patrick’s (Hobbelen en Deckers) nog een duit in het doelpuntenzakje, zodat er na 90 minuten een eindstand van 6-0 op het scorebord stond. Het was voor FC Den Bosch helaas geen voorteken dat ze met de Pool een goalgetter hadden aangetrokken. Want in de twee seizoenen die hij uitkwam voor de Bosschenaren speelde Bociek slechts 15 duels en scoorde daarin nul keer.
 
In de verdere poule fase verloor G.V.V.V. met 4-1 bij RBC in Roosendaal en speelde thuis met 2-2 gelijk tegen UDI ‘19/Beter Bed. Uiteindelijk werd RBC poulewinnaar en FC Den Bosch tweede. Beide BVO’s gingen dus door naar de KO-fase.
Aardig is nog om te vermelden dat de mannen van toenmalig trainer Bert Hendriks in het aansluitende seizoen ’99-’00 prima presteerden. Ze eindigden, weliswaar met een straatlengte achterstand op Spakenburg (16 punten), keurig als vice kampioen in de hoofdklasse B. Enkele namen die daar voor verantwoordelijk waren willen wij u ook niet onthouden. Want naast de twee eerder genoemde goalies, maakten toen ook o.a. Moslin Adnane, Bart Broeder, Paul Hartog, Edwin Kampert, Paul Malherbe, Johan de Man, Walter van Ommeren, Marco van de Pol, Jan van Rabenswaay, Frank Verkuijl en de gebroeders Harry en Frank van de Haar deel uit van het vlaggenschip van G.V.V.V.  

Vanavond speelde FC Den Bosch haar eerste oefenwedstrijd na de winterstop. Tegenstander daarin was zondag topklasser JVC Cuijk die op bezoek kwam in 's-Hertogenbosch. De thuisploeg won het duel met 3-1.