Voorbeschouwing G.V.V.V. – Koninklijke H.F.C.

15 november 2014

Hoog bezoek, nee Koninklijke visite zelfs, komende dinsdagavond op het sportpark Panhuis. Hoewel G.V.V.V. zelf in 1963 de Koninklijke goedkeuring verwierf, is voeren van het predicaat ‘Koninklijk’ voor de naamgeving iets bijzonders, want er moet aan veel voorwaarden en regels worden voldaan voordat het Koninklijk huis haar fiat daaraan geeft. Van organisaties, instellingen en/of bedrijven die deze eretitel mogen voeren zijn er ongeveer een ruime tweehonderd in ons land, maar van voetbalverenigingen slechts drie, voor zover we hebben kunnen nagaan.
En juist onze tegenstander in de tweede KO-ronde van de districtsbeker West I, de Koninklijke H.(aarlemsche) F.(ootball) C.(lub), is er daar één van. Zij ontvingen die onderscheiding in 1959 ter ere van het 80-jarig bestaan. De andere twee zijn de Koninklijke UD (Deventer), en de Koninklijke H.C. & V.V. (Den Haag), waarvan de voetbaltak speelt onder de naam H.V.V. En hier zal het bij blijven, want de Koninklijke status wordt nu niet meer verleend aan clubs en/of sportverenigingen.

Met hem begon het allemaal

Naar algemeen wordt aangenomen, een enkele geschiedvorser heeft zo hier en daar nog twijfels, is provincie hoofdstad Haarlem de bakermat geweest van het ons zo geliefde spelletje. Sterker nog, onze opponent in deze bekerwedstrijd, wordt geafficheerd als de oudste voetbalvereniging in Nederland en daar begon het dus allemaal op 15 september 1879.
Pim Mulier (foto) – later ook grondlegger van vele andere takken van sport in Nederland – maar zelf toen pas 14 jaar oud, nam een ovale bal mee toen hij op vakantie was geweest in Engeland en richtte H.F.C. op. Hoewel het voetbal in die eerste jaren veel meer op rugby leek, werd er in 1883 overgeschakeld naar de Engelse voetbalregels (association) en dat was zo’n succes dat er relatief snel veel meer ‘Football Clubs’ werden opgericht in Haarlem en omgeving, maar ook in de rest van ons land. Grappig is nog wel te vermelden dat de overschakeling van de regels mede te wijten was aan het feit dat de jeugd die het (rugby)spelletje speelde, steeds met hoge rekeningen thuiskwam vanwege gescheurde kleding.

Haarlems(ch)e Football Clubs
Of het nu gebrek aan fantasie was, of dat men gewoon duidelijk wilde aangeven dat Haarlem de geboortestad van het voetbal was, is niet bekend, maar de navolgers van Pim Mulier’s H.F.C. kwamen met bijna exact dezelfde namen op de proppen.
Voorbeelden daarvan zijn HFC Haarlem – opgericht in 1889 - de voormalig BVO die in januari 2010 failliet ging en ook HFC EDO. Maar E.(endracht) D.(oet) O.(verwinnen) is gelukkig nog steeds springlevend ondanks haar ruim 117-jarige leeftijd.
HFC Haarlem ging in maart 2010 verder als amateurvereniging onder de naam ‘Nieuw HFC Haarlem’ en fuseerde eind april van datzelfde jaar met HFC Kennemerland. Onder de nieuwe naam Haarlem-Kennemerland speelt de fusieclub in het oude stadion van Haarlem, waar o.a. Kick Smit, Barry Hughes en Ruud Gullit hun voetsporen hebben nagelaten, en komt uit in de zaterdag vierde klasse.
Daarnaast bestond er ook nog HFC Spaarnestad opgericht in 1921. In 2004 fuseerde deze club met E.H.S. (Eendracht Houdt Stand wat stamde uit 1917) en kreeg de naam v.v. Young Boys. Als een speer vloog de club van de vijfde- naar de hoofdklasse, de laatste twee seizoenen onder leiding van ‘IJzeren Rinus’ Israel. Maar de trouwe volgers van het zaterdagvoetbal weten ongetwijfeld nog wat er geschiedde met die fusieclub. Ze bleek een dekmantel te zijn voor illegale gok- witwas en wiethandel praktijken. De bestuurskamer en de kantine van de club werden gesloten na een inval in oktober 2011. Ook werden bij de inval de oprichter van de club en een aantal handlangers gearresteerd.
Maar daar bleef het niet bij. Begin maart van het volgende jaar bleek de club ook te kampen met een schuld van € 50.000,-. Er lag ook nog een plan om als Nieuw HFC Haarlem 1899 een nieuwe doorstart te maken, alleen op 22 maart moest de club toen echt het faillissement aanvragen. Alle teams werden uit de competitie terug getrokken en de schuld van de club was uiteindelijk opgelopen tot ongeveer één miljoen euro. De volgende dag werd de club officieel failliet verklaard en werd v.v. Young Boys door de KNVB geschrapt.
 

Zo zag in een heel ver verleden een voetbalteam met haar begeleiding er uit.

De een z’n dood is de ander z’n brood
Dit spreekwoord doet misschien wel opgeld in de Haarlemse voetbalomgeving. Of is het toeval dat zowel de Koninklijke H.F.C. als HFC EDO na de faillissementen van HFC Haarlem en v.v. Young Boys, en de fusies van andere clubs, vooral de laatste paar seizoenen de weg om hoog hebben gevonden? Vaststaand feit in ieder geval dat de beide HFC’s dit seizoen debuteerden in de zondag topklasse.
Onze gasten deden dat op meest overtuigende manier door vorig seizoen kampioen te worden in de hoofdklasse A, terwijl stadgenoot EDO als runner-up via de nacompetitie de crème de la crème van het zondagvoetbal bereikte. Vanzelfsprekend was dit niet voor de Koninklijke vereniging, want gedurende de laatste helft van de vorige eeuw was een verblijf in de 3de en 4de klasse veel eerder regel dan uitzondering.
Bij de start van deze eeuw volgden twee promoties op rij waardoor in 2001 de 1ste klasse werd bereikt. Dit duurde twee jaargangen en daarna werd er weer een trede afgedaald, gevolgd door vier seizoenen later, opnieuw een sport lager op de ladder. Pas vanaf die 3de klasse in seizoen ’07-’08 ging het crescendo met de wit-blauwe Haarlemsche formatie. Drie kampioenschapen in zeven seizoenen bracht de Koninklijke H.F.C. onder leiding van René Anneese en huidig trainer Pieter Mulders (voormalig assistent bij IJsselmeervogels) naar de top van het amateurvoetbal.
Voorlopig gaat het na 11 wedstrijden in de competitie nog redelijk voortvarend met de nieuwkomer. Ze zijn aanvoerder van het zogenaamde rechterrijtje met 14 behaalde punten. Maar de scheidslijn met de onderste regionen is dun. Het wordt afwachten welk resultaat er zondag wordt geboekt als de achtervolger op de koppositie, en onze regiogenoot FC Lienden, op bezoek komt in Haarlem. Winst op de Betuwenaren zou consolidatie betekenen, maar bij verlies kan er ook zomaar een klein tuimelingetje volgen.

Naamsbekendheid
Natuurlijk heeft onze bekeropponent door haar sportieve successen in de laatste seizoenen haar imago flink opgepoetst, maar dat was landelijk al behoorlijk hoog, zeker als je je mag afficheren als oudste voetbalvereniging van Nederland. Maar toch zal de grootste naamsbekendheid ongetwijfeld zijn voortgevloeid uit een traditie die stamt van 1-1-1923. Want een tijdje voor die datum nam Karel Lotsy – o.a. voorzitter van H.F.C. en later chef de mission bij drie Olympische spelen – het initiatief voor het organiseren van de wedstrijd tussen H.F.C. en oud-internationals. Dat ereduel kwam er en is sindsdien niet meer van de kaart gegaan, waarvan in het verleden zelfs live Tv-beelden werden uitgezonden op nieuwjaarsdagen.
 

Bekende namen
Hoewel dit het allereerste treffen wordt tussen G.V.V.V. en de Koninklijke H.F.C., is er met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast te stellen dat er één staflid is, die op de blauwe zijde van het sportpark Panhuis al menig robbertje heeft uitgevochten. Dit is namelijk assistent-trainer Paolo Meijndershagen. Met het noemen van deze naam gaan er vast wel belletjes rinkelen bij de volgers van het zaterdagvoetbal. Meijndershagen speelde namelijk o.a. voor Ajax (amateurs), AZ, IJsselmeervogels, DVS ’33 en Bennekom. Hij sloot zijn actieve carrière af bij NVC. En met de bekende zaterdagclubs zal hij ongetwijfeld als speler actief zijn geweest op onze thuishaven.
Maar ook bij de huidige selectie treffen we wel een paar bekende namen aan, want wat dacht u van: Giorgio Berkleef (Argon, Scheveningen, FC Chabab en FC Hilversum), Rachid el Yaakoubi (Volendam BVO/Ama., HFC Haarlem en Katwijk), Gert Jan Tamerus (HFC Haarlem, Heracles, NAC Breda, SVZW en Ter Leede) en tenslotte met z’n 36 jaar de nestor van de ploeg Tuncay Yener (Telstar, Hoofddorp en Türkiyemspor).
Daarnaast stonden in het verleden de bekende trainers als, Simon Kistemaker, Ted Immers en Radjin de Haan voor de troepen aan het sportcomplex aan de Spanjaardslaan te Haarlem.

Korte weg
Zowel G.V.V.V. als de Koninklijke H.F.C. waren vrijgesteld van het spelen van de poulefase van deze ‘kleine beker’ en daarom was de weg naar dit treffen kort, namelijk alleen ronde 1.
Daarin moesten onze gasten op bezoek op sportpark De Toekomst in de hoofdstad. Niet om te spelen tegen competitiegenoot Ajax in de topklasse, maar het tweede elftal van de ‘amateur godenzonen’ was daarin tegenstander. Een team wat deze competitie jaargang ook weer opponent is van G.V.V.V. 2 en wat waarschijnlijk door het behalen van de periodetitel deel mocht nemen aan deze beker voor standaard elftallen, en dus ook de poulefase al was doorgekomen. Maar de Haarlemmers lieten zich misleiden door deze tegenstander te onderschatten en deden wat er verwacht mocht worden gezien het klassenverschil, en wonnen na een 0-2 ruststand, uiteindelijk met 1-2.
De Assink-brigade zette in die eerste ronde twee records neer. Want van de 67 wedstrijden die toen werden gespeeld kwam de grootste uitslag achter de naam van G.V.V.V. terecht. Op 18 oktober werd zondag tweede klasser HSV Wasmeer met een 13-1 nederlaag terug gezonden naar Hilversum. En dat deden de blauwen ook nog gedurende 70 minuten met tien man, door twee gele kaarten voor centrale verdediger Wouter Bonke. Die monsterscore betekende tevens de grootste overwinning ooit in de 67-jarige geschiedenis van de club. Roy Terschegget nam met drie goals het leeuwendeel van de doelpunten productie voor zijn rekening.


Nee, dit is geen foto van de traditionele nieuwjaarswedstrijd, maar van een treffen in 1928 van de toen nog niet Koninklijke H.F.C. en de ondertussen ter ziele gegane stadsgenoot HFC Haarlem. 

Opnieuw cupfighter?
G.V.V.V. veroverde deze districtsbeker West I eenmaal in haar geschiedenis. Dat gebeurde in 2006 onder leiding van Peter Visee tegen Spakenburg op een neutraal terrein in Almere. Achtste- kwart- halve- en finales werden wel eerder behaald in de geschiedenis van de club, maar daar zat geen regelmaat in. Nu, onder leiding van coach Erik Assink, die aan zijn vijfde seizoen bezig is, is die regelmaat van de klok er wel. Want in zijn debuutjaar ’10-’11, werd de achtste finale behaald, het seizoen daarop de kwartfinale. In ’12-’13 ging op de Spakenburgse Westmaat de finale tegen Argon helaas uiteindelijk verloren. In de vorige jaargang waren de rooien van datzelfde sportpark in de halve finale te sterk. Al met al een mooi rijtje dat zeker navolging verdiend, maar daarvoor dienen dan wel onze Haarlemse gasten verslagen te worden, om zich onder de laatste 32 teams te kunnen scharen.
Ervaring tegen het spelen van teams uit de Noord-Hollandse provincie hoofdstad hebben ‘onze jongens’ al. Want in voornoemd jaar, waarin de finale werd gehaald, was HFC EDO één van de tegenstanders. Op een zeer winderige en regenachtige 29ste januari avond van het jaar 2013 won G.V.V.V. in Haarlem met 3-7 van de huidig competitie- en stadgenoot van de Koninklijke. Maar deze komende bekerontmoeting is weer ‘different cook’ zou Louis van Gaal zeggen.

Slechte generale
Degene die vanmiddag de wedstrijd hebben gezien van G.V.V.V. versus O.N.S. BOSO Sneek zullen volledig kunnen onderschrijven dat, om er maar eens cliché van de bovenste plank tegen aan te gooien, de blauwen uit een heel ander vaatje moeten zullen tappen komende dinsdagavond om succes te kunnen boeken in de beker. Want niet alleen hadden aanvoerder Simon Brouwer en zijn kompanen de 0-2 nederlaag geheel aan zichzelf te wijten, maar erger is dat er al twee competitieduels op rij niet is gescoord. En ook nu kon, net als vorige week bij Excelsior Maassluis, zelfs een strafschop niet worden verzilverd. Dat geeft natuurlijk ernstig te denken, want als je zelf geen treffer(s) weet te produceren, dan kun je ook nooit winnen, heeft onze goeroe J.C. al jaren geleden gedebiteerd. Die waarheid als een koe zal dus duidelijk ter harte moeten worden genomen. Mede daardoor zal coach Erik Assink hoogstwaarschijnlijk ook een beroep gaan doen op een aantal spelers uit de A-selectie die tot nu toe nog niet zoveel ‘vlieguren’ hebben gemaakt. Zodat zij wellicht G.V.V.V. over dat dode punt heen kunnen helpen en zelf aan de oefenmeester duidelijk kunnen maken dat de selectie in de breedte over voldoende (scorende) kwaliteit beschikt. 

Bronnen van de foto's: Website Koninklijke H.F.C. en Wikipedia