Voorbeschouwing G.V.V.V. – FC Den Bosch

21 juli 2018

Na een week van hard trainen, die naast de reguliere drie doordeweekse dagen ook op zaterdagmorgen nog doorging, staat komende dinsdagavond de eerste lakmoesproef te wachten voor de Oosterlee equipe in de aanloop naar competitiejaargang 2018 – 2019. En in die eerste oefenwedstrijd wacht gelijk, de op papier althans, zwaarste tegenstander van de zeven in de oefencampagne. Want FC Den Bosch wat het sportpark Panhuis met een bezoek komt vereren komt uit in de Eerste Divisie, sinds dit seizoen Keuken Kampioen Divisie genaamd.

Ontstaan en historie FC Den Bosch (bron: Wikipedia)
In 1897 werd de voetbalvereniging RKVV Wilhelmina opgericht en 10 jaar later ontstond in 's-Hertogenbosch de volksclub NOAD. NOAD veranderde de naam in BVV, om de verwarring met het Tilburgse NOAD (nu NAC = Noad Advendo Combinatie) te voorkomen. BVV (Bossche Voetbal Vereniging) groeide in het midden van de 20ste eeuw uit tot een nationale topclub, die een paar keer net naast de titel greep, maar in 1948 toch landskampioen werd. Opvallend detail is, dat BVV in die succesjaren niet in 's-Hertogenbosch haar thuiswedstrijden speelde, maar op Heidelust in het nabij gelegen Vught.

Het door de stad luid bejubelde kampioenschap in 1948 spoorde de gemeente 's-Hertogenbosch aan om voor BVV binnen de gemeentegrenzen een nieuw groot stadion te bouwen. In 1951 werd Stadion De Vliert geopend, op dat moment met zijn capaciteit van 30.000 toeschouwers, na Stadion Feyenoord en het Olympisch Stadion het derde stadion van Nederland. Met BVV ging het in De Vliert echter niet goed. In 1954 werd het betaald voetbal in Nederland ingevoerd. Maar BVV speelde slechts kort op het hoogste niveau, degradeerde in 1958 - na een omkoopaffaire - uit de Eredivisie en zakte vervolgens snel af naar de Tweede Divisie – ja, die bestond toen al - waarin stadgenoot Wilhelmina maar net het hoofd boven water kon houden.

Twee betaald voetbalclubs in een stad als 's-Hertogenbosch was volgens de lokale overheid zinloos en die stuurde dan ook aan op een fusie. Wilhelmina wilde op eigen kracht verder, maar BVV besloot vrijwillig naar het amateurvoetbal af te dalen. (BVV bestaat trouwens nog steeds, komt uit in de zondag 3de klasse, en speelt haar thuiswedstrijden naast Stadion De Vliert). Een nieuwe stichting, FC Den Bosch, ging met de proflicentie van BVV in 1965 verder. Eén jaar speelde de nieuwe club met Wilhelmina als concurrent in de Tweede Divisie B. Want er was ook een Tweede Divisie A, die eveneens uit 15 deelnemers bestond. Daarnaast had je toen een Eerste Divisie met ook 15 voetbalclubs en een Eredivisie met 16 teams. Kortom het (semi)betaalde voetbal herbergde toenmaals in totaal 61 voetbalverenigingen.


De bouw van stadion De Vliert in 1951.
 

Na dat jaar besloot ook Wilhelmina zich aan te sluiten bij FC Den Bosch, dat toen zijn officiële naam FC Den Bosch '67 kreeg. Wilhelmina keerde terug naar het amateurvoetbal. (Ook Wilhelmina heeft nog steeds bestaansrecht in Den Bosch, zij spelen momenteel in de zondag 4de klasse).

De fusie bleek een goede keuze, want voorzichtig leefde het voetbal in 's-Hertogenbosch weer op. FC Den Bosch '67 kon prima meedraaien en groeide snel uit tot een vaste waarde in de Eerste Divisie. In het seizoen ‘70-'71 droomden veel Bossche voetbalfans 23 jaar na de landstitel weer van nieuwe topsuccessen, want de club maakte een magisch seizoen door. Er werden slechts twee wedstrijden verloren, het publiek kwam massaal naar de thuiswedstrijden (gemiddeld 10.150) en ver voor het einde van de competitie stond promotie naar de Eredivisie vast. Dat gebeurde echter met een oud elftal waarin de zes dragende spelers allemaal ouder dan 33 jaar waren. Lang duurde het Eredivisie-avontuur dan ook niet.

Degradatie volgde al in 1973. Ondanks veel publiek en een paar opmerkelijke voetballers. Zoals de latere internationaal Kees Krijgh, de blonde pijl Dick Beek, de Duitse spits Volker Graul, keeper Hans van der Pluijm en de Braziliaan Roberto Abruseze. Deze door de fans tot Pietje Pele (naar Appie Happie) gedoopte middenvelder bleek echter ook de grootste miskleun in het bestaan van de club. Abruseze was op dat moment de duurste aankoop van FC Den Bosch ooit, 150.000 gulden, maar speelde slechts 25 minuten.

Na de degradatie in 1973 moest 's-Hertogenbosch het weer tien jaar met Eerste Divisie-voetbal doen. Maar in 1983 volgde, na winst in de nacompetitie en dus promotie, weer een nieuwe en grote opleving, die langer duurde: waarbij je zou kunnen spreken van de zeven vette jaren.

Sinds de degradatie van 1990 doet FC Den Bosch echter verwoede pogingen Volendam naar de kroon te steken als de 'heen en weer' van het betaalde voetbal. Vier promoties werden steeds gevolgd door onmiddellijke degradatie, waarvan de laatste in het seizoen ’04-’05 plaatsvond.
Sindsdien hebben de Blue White Dragons, zoals de bijnaam luidt en die ook in het logo wordt uitgebeeld, tevergeefs geprobeerd om terug te keren naar de het hoogst haalbare niveau op voetbalgebied in ons land, de Eredivisie. Maar liefst zesmaal werden de play-offs bereikt en evenzovele malen ging het mis. De laatste keer was dat in jaargang ’13-’14 toen een vierde plek daarop recht gaf. Daarna ging toch min of meer bergafwaarts met een 16de, 17de en 14de positie op de ranglijst. Afgelopen seizoen kwam daar wel enigszins verbetering in en eindigde de ploeg van hoofdcoach Wil Boessen als aanvoerder van het rechterrijtje op de elfde plek.

Zeven vette jaren
Bij de terugkeer in 1983 in de eredivisie eindigde men op een keurige 10de plek. Met de oud-internationals Theo de Jong en Rinus Israël als trainers werd FC Den Bosch in de volgende seizoenen zelfs een kandidaat voor Europees voetbal. Talenten als Hans Gillhaus, Arnold Scholten, Fred van der Hoorn, Ton Pattinama en de van Heracles overgekomen Hendrie Krüzen braken door. De twee meter lange keeper Jan van Grinsven werd landelijk bekend als penaltykiller van formaat en zelfs internationaal vermaard met een doelpunt in de slotminuut van een duel met Roda JC (2-2) in 1985 waarin de koppositie in de eredivisie op het spel stond. Dat memorabele doelpunt werd in de pers omschreven als “het mooiste onterechte doelpunt allertijden".

De tweede stap, naar Europees voetbal, kon de club echter net niet maken. Nadat in de nacompetitie van 1983 en in de twee seizoenen daarna De Vliert regelmatig was volgelopen, raakte het publiek spreekwoordelijk de weg kwijt naar het grote Bossche stadion. Sponsors speelden destijds nog geen grote rol en businessclubs bestonden nog niet. FC Den Bosch kreeg met de dalende publieke belangstelling steeds minder financiële armslag en slaagde er dan ook niet in zijn jonge opmerkelijke talenten vast te houden. Arnold Scholten vertrok naar AFC Ajax. Gillhaus en Krüzen naar PSV. Jos van Herpen naar Feyenoord. Fred van der Hoorn naar Dundee United. Wim van der Horst en Ton Pattinama naar FC Utrecht. René van Eck naar FC Luzern. Jan van Grinsven naar MVV. De transfersommen konden door de te dure huishouding amper worden aangewend voor goede aankopen.


Huidig stadion De Vliert.
 

Te klein voor het tafellaken, te groot voor het servet
Dat is in een notendop het verhaal van deze club die dus nu al twee decennia lang op zoek is naar een nieuwe doorbraak. FC Den Bosch schommelt voortdurend tussen Ere- en Eerste Divisie. De titel en subtitel van het boek dat uitkwam in 2016 toen de club haar vijftigste verjaardag vierde illustreert dat het beste. De geschiedenis van de vicieuze cirkel aan het einde van de jaren tachtig herhaalt zich, want gebrek aan financiële armslag en een te kleine achterban staan een doorbraak in de weg. Want naast bovengenoemde bekende namen bracht de ploeg nog steeds wel talenten voort, van wie Ruud van Nistelrooij, Anthony Lurling en Theo Lucius de bekendste zijn. Door de financieel wankele positie van de club vertrokken zij vroeger dan gepland, waardoor FC Den Bosch geen stabiele Eredivisieclub kon worden en ook geen hoge transfersommen voor zijn toptalenten inde. Van Nistelrooij vertrok bijvoorbeeld in 1998 voor 650.000 gulden naar SC Heerenveen. En een jaar later voor 12 miljoen gulden (=ca. 5,4 miljoen euro) van SC Heerenveen naar PSV.

Bestaansrecht
Maar ondanks al deze, in verhouding, weinige ups en vele downs is wel zo klaar als een klontje dat FC Den Bosch nog steeds haar bestaansrecht meer dan heeft bewezen, dit in tegenstelling tot de b.v. failliet gegane BVO’s zoals AGOVV, SC Veendam, RBC Roosendaal, FC Wageningen, en zo zijn er nog wel een paar te noemen. En dat is voor de club en haar aanhang ook heel veel waard. De liefde voor de club zit bij de echte blauwen diep van binnen. Dat komt wellicht tot uiting als je kijkt naar de namen die in de loop der tijd na hun actieve voetbalcarrière in de Brabantse hoofdstad ook nog deel hebben uitgemaakt van de (technische) staf.  Enkele namen daaruit zijn: Ruud Kaiser, Fred van der Hoorn, Hans van der Pluym, René van Eck, Arnold Scholten en Wim van der Horst.
Maar de sliert van de Vliert zoals de bijnaam van Jan van Grinsven luidt, spant de kroon. In 15 seizoenen, verdeeld over twee perioden, stond hij in meer dan 400 wedstrijden onder de lat bij FC Den Bosch en daarin scoorde hij ook nog eens tweemaal. Wereldberoemd werd Van Grinsven door een treffer die hij uit het net moest halen na de ‘bicycle kick’ van Marco van Basten in 1986. Van Grinsven diende ‘zijn club’ al als assistent-trainer en is nu teammanager van FC Den Bosch.

Toekomst?
Hoe de toekomst van de selectie van hoofdcoach Wil Boessen, die zelf bijna 400 wedstrijden speelde in het betaalde voetbal – voornamelijk voor Fortuna Sittard – er uit gaat zien is tamelijk ongewis. De selectie van deze oefenmeester, die aan het begin van vorig seizoen Wiljan Vloet opvolgde, is al niet al te breed gezaaid (17 spelers) en zag daarvan in de afgelopen weken ook nog eens Muhammed Mert vertrekken naar Turkije, en aanvoerder en topscorer van het afgelopen seizoen Niek Vossebelt (15 goals) gaat zijn geluk beproeven bij Almere City FC.
Daarnaast kwam vandaag het bericht naar buiten dat FC Den Bosch mogelijk binnen 14 dagen privaat eigendom gaat worden van een investeerder of investeringsmaatschappij.
Algemeen directeur Paul van der Kraan gaf in het Brabants Dagblad aan dat de onderhandelingen in een vergevorderd stadium zijn, maar dat er nog heel wat hobbels gladgestreken moeten worden voordat het zover is. Voor die tijd is het dus niet zinvol om de transfermarkt te betreden.
De meest bekende naam die dan overblijft in de Bossche selectie, althans voor ons als amateurs, is die van centrumspits Dennis Kaars. De nu 30-jarige laat bloeiende doelpuntenmachine tekende in mei 2017 een tweejarig contract in Den Bosch nadat hij daarvoor bij HBOK, Ajax amateurs en ASV De Dijk zijn trefzekerheid had bewezen. Met enige overdrijving zou je zelfs kunnen stellen dat de geboren Purmerender op z’n eentje verantwoordelijk was voor de promotie van De Dijk in 2017 naar de Tweede Divisie, want in 34 duels maakte Kaars maar liefst 40 treffers. Uiteindelijk was zijn keuze om alsnog prof te worden een juiste, want we weten allemaal hoe het met voormalig competitiegenoot De Dijk is afgelopen.

Uitdaging
Voor G.V.V.V. is deze eerste oefenwedstrijd in de aanloop naar een nieuw seizoen Tweede Divisie natuurlijk een mooie uitdaging. Want hoewel het niveauverschil tussen Keuken Kampioen Divisie en het ontstaan van de (hernieuwde) Tweede Divisie in 2016 ondertussen best wel enige nivellering heeft gekend, is het toch nog steeds zo dat Eerste Divisie clubs veelal de onderlinge potjes in oefenduels en/of bekerwedstrijden in hun voordeel weten te beslechten.
Wat rekenwerk over de laatste twee seizoenen leverde op dat de gemiddelde verhoudingen in percentage van winst, gelijkspel en verlies voor wedstrijden tussen Eerste- en Tweede Divisionisten uitkomt op zo’n 70 – 20 - 10.
Kort door de bocht hebben aanvoerder Roy Terschegget en zijn kompanen dus ca. 30% kans dat zij uit dit oefenduel  één punt of meer overhouden. Natuurlijk is dit een statistische  vergelijking en zijn in het ons zo geliefde spelletje altijd verrassingen mogelijk. Maar reëel gezien zal zo’n percentage verdeling niet zo ver van de waarheid af liggen. Het is aan de Oosterlee pupillen om die vaststelling te loochenstraffen en daarmee sportieve revanche te nemen voor twee eerdere ontmoetingen en nederlagen tegen FC Den Bosch in stadion De Vliert.

Eerdere ontmoetingen
De eerste vond namelijk plaats op vrijdag 6 augustus 1999. Dat was toen, in tegenstelling tot het komende en eerdere treffen in 2015, een officieel duel. Want in het kader van de poule fase om KNVB beker moest G.V.V.V. op bezoek in Stadion De Vliert. Het was het eerste duel in poule 11, met verder RBC Roosendaal en UDI ’19/Beter Bed als deelnemers.
De selectie van toenmalig trainer Martin Koopman trok met 6-0 aan het langste eind door o.a. 4 goals van de Pool Krzysztof Bociek. Het was voor FC Den Bosch helaas geen voorteken dat ze met de Pool een goalgetter hadden aangetrokken. Want in de twee seizoenen die hij uitkwam voor de Bosschenaren speelde Bociek slechts 15 duels en scoorde daarin nul keer. 
In de verdere poule fase verloor G.V.V.V. met 4-1 bij RBC in Roosendaal en speelde thuis met 2-2 gelijk tegen UDI ‘19/Beter Bed. Uiteindelijk werd RBC poulewinnaar en FC Den Bosch tweede. Beide BVO’s gingen dus door naar de KO-fase.

De tweede ontmoeting dateert van 10 januari 2015. Een sparringspotje tijdens de winterstop, die eigenlijk op het sportpark Panhuis zou worden gespeeld, maar door de burgervader werd verboden en daardoor ging G.V.V.V. opnieuw op bezoek bij FC Den Bosch.
Martin van Eck was al na vier minuten trefzeker en die 0-1 voorsprong hielden Veense blauwen lang vol. Alexander Mols zorgde acht minuten voor tijd voor de gelijkmaker vanaf de elfmeterstip en Bart Hulsbos was in de slotminuut door een eigen doelpunt de veroorzaker van de 2-1 nederlaag.


Hopelijk zien we Rodny Hofman komend seizoen weer zo terug, wanneer hij een van z'n befaamde voorzetten heeft gegeven die doeltreffend is afgerond.

Selectie en staf nog enigszins gekortwiekt
Dat zal nu niet gaan gebeuren want Bart Hulsbos, is evenals Simon Brouwer, Jeremy de Graaf en nieuwkomer doelman Joshua van den Berkt, nog niet aan de training begonnen, zij genieten allen nog van een welverdiende vakantie. Datzelfde geldt ook nog voor een aantal stafleden, waaronder assistent trainer Dennis van Meegenburg, keeperstrainer Danny Lücke en teammanager Bart Broeder.
De overige twee nieuwkomers Wout Blasman en Vlatko Lazic, herintreder Sherwin Grot, en de uit het tweede elftal overgehevelde Robert van ’t Foort, waren er wel bij en mogen dus hun voetbalkunsten gaan vertonen aan de technische staf en de supporters.
Wat ook zeer verheugend was om te zien, dat Rodny Hofman, die vorig seizoen grotendeels aan zich voorbij moest laten gaan vanwege zijn kruisbandblessure, weer mede door heel veel individuele training terug lijkt op zijn oude niveau en geen angst heeft om de duels weer aan te gaan. Trainer Niek Oosterlee heeft dus voor het eerste sparringpotje een keuze uit 18 spelers en zal hoogstwaarschijnlijk dus voor bijna een ieder wel speelminuten in petto hebben om eens te kijken hoe zijn ideale selectie vorm gegeven kan worden.   

FC Den Bosch is vanaf 1 juli in training en heeft al twee oefenduels in de benen. Op 14 juli werd de Geffense zondag derde klasser Nooit Gedacht in eigen huis met 0-6 verslagen en afgelopen woensdag won FC Den Bosch in De Vliert met 2-0 van competitie genoot MVV.

G.V.V.V. – FC Den Bosch begint op dinsdagavond 24 juli om 20.00 uur op het sportpark Panhuis.

Tekst: Bas van Capelleveen
Foto's: Website FC Den Bosch en Dick Gijsbertsen